Woord vandaag
Want er komt inderdaad een
afwijzing van het voorafgaande
gebod omdat het zwak is en
nutteloos
Hebreeën 7:17
Dit geldt niet alleen voor wat
over de priesterdienst gezegd
is. In de Thora was wat geboden
was, op het vlees gelegd. God
wist tevoren dat Israël daarin
zou falen. Dat was ook in de
Thora zelf voorzegd. Het was
‘zwak en nutteloos’, want het
vlees kón het niet volbrengen.
Op zich is het gebod heilig en
rechtvaardig en goed, zegt de
apostel in Romeinen 7. Zelfs:
de wet is geestelijk. Waarom?
Omdat het Gods woorden zijn,
die uitspreken Wie Hij is.
Natuurlijk was dat niet alles,
het was voorafgaand, tijdelijk
(Rom.5:20), vol schaduwbeel-
den van Hem, Die zou komen.
Het was in die zin nutteloos,
dat het de zondaar niet verder
bracht; offers onder het oude
verbond bedekten de zonden,
maar namen die niet definitief
weg. De dood van Christus én
Zijn opstanding doen dat wel.
Woord vandaag
Want Hij getuigt: Jij bent
Priester voor de eon naar
de orde van Melchizedek
Hebreeën 7:16
Christus, niet ‘voor eeuwig’
is Hij Priester. Hij kon dat
ook niet zijn, een Priester
was onder meer aangesteld
om te ‘bemiddelen’.
Levitische priesters deden
dienstwerk in tabernakel en
tempel.
Het bemiddelen gebeurde
door offers die Israëlieten
bij de priesters brachten
voor de zonde, de schuld.
Maar nu Hij als hét Offer
gebracht is, zijn al de
schaduwbeelden voorbij.
En daarom kon een priester
daarna nooit altijd blijven.
Nu al het werk is gedaan om
de mens tot God te brengen,
zal eens het priesterschap
voorbij zijn. Het bijzondere
Hogepriesterschap waarin
de Heer gesteld is, is voor de
eon, de komende 1000 jaar.
In de nieuwe schepping is er
wel regering (koningschap);
maar God woont te midden
van de mensen, daarom is
priesterschap dan niet meer
nodig.
Woord vandaag
Die dat niet in overeenstem-
ming met de wet van een
vleselijk gebod geworden is,
maar in overeenstemming
met de kracht van onvergan-
kelijk leven
Hebreeën 7:16
In dit vers zien wij opnieuw
het verschil met wat Israël
in het vlees had en wat deze
brief aanreikt. Daar was de
priesterorde van Aäron, die
uitging van vleselijke komaf.
We noteren ook: het gebod
had te maken met het vlees;
de Mozaïsche onderwijzing
was het op het vlees gelegd.
Paulus laat in zijn brieven
Gods bedoeling ermee zien.
De orde van koning-priester
Melchizedek was voor de
Heer naar een geestelijke lijn.
Ook daarin nam Hebreeën de
gelovige Israëliet mee, weg
van het vlees naar geestelijke
waarheden. En zo naar wat
Paulus verkondigt.
Dit is zichtbaar in:
wet-vleselijk-gebod versus
kracht-onvergankelijk-leven.
Woord vandaag
Nacht en dag smeken wij boven
alle mate om jullie aangezicht
te zien en het ontbrekende van
jullie geloof aan te passen.
1 Thessalonicenzen 3:10
Diep verlangen van Paulus was
het, voor Gods aangezicht, om
de medegelovigen te zien.
Hij smeekte God daarom, een
uiting daarvan was deze brief.
Hij wilde graag het geloof de-
len en de anderen zien rond
het Woord. Dankbaar was de
apostel voor wat hij over hun
geloof had gehoord. En toch
beluisterde hij door alles heen,
of door vragen die men had,
dat er iets ontbrak aan hun
geloof.
Deze belangrijke, wellicht eer-
ste brief geeft antwoord op de
vragen en biedt een uitzicht
dat de gelovige uit Israël niet
had. In hoofdstuk 4 zal dat aan
de orde komen, terwijl al iets
doorklonk in 1:10: de Heer zal
de gelovigen in veiligheid bren-
gen terwijl de verontwaardiging
van God nadert, maar nog niet
losgebarsten is.