Woord vandaag
En dit is nog veel
duidelijker, als in de
gelijkenis van Melchizedek
een andersoortige Priester
opstaat
Hebreeën 7:15
Dit is de geestelijke lijn die
getrokken wordt.
In de gelijkenis van wijst op
overeenkomst, terwijl ook
een verschil blijkt.
Melchizedek was voorloper;
de Heer ‘stamt’ volgens de
lijn in geestelijk opzicht ‘af’
van hem. Zo is te zien, dat de
Schrift bewust niets zegt over
Melchizedeks afstamming.
Het andersoortige laat zien,
dat dit Priester-zijn van de
Heer Jezus Christus zeker
van andere orde is dan wat
de Israëliet kende.
We zien hoe uitgebreid de
schrijver de gelovige zonen
van Israël meeneemt, wijst
op wat Gods geest ermee
wil zeggen.
Woord vandaag
Want vooraf is duidelijk, dat
uit Juda onze Heer is opgegaan,
van welke stam Mozes níets
over priesters gesproken heeft.
Hebreeën 7:14
Het woord opgaan wordt ook
voor de zon gebruikt.
Een vergelijking, die alles zegt
over de Schepper en Maker van
de zon. De zon is op zich een
prachtig type van God, van de
Christus. De opgaande Zon is
Christus zelf, uit de stam van
Juda. Inzake die stam werd wel
over koningschap, niet over het
priesterschap gesproken.
Dit deel uit deze brief fundeert
voor de zonen van Israël Zijn
unieke positie. Zij verwachtten
terecht een Koning als David in
de komende Messias. Maar Hij
blijkt zoveel groter en beter te
zijn, in een andere ordening die
niet vleselijk, maar geestelijk is
Daarin speelt geboorte in de
huidige schepping alleen een
rol omdat Hij Mens moest zijn.
Zijn opstanding uit de dood is
essentieel voor de komst van
de nieuwe schepping.
Zij zouden op Hem zien, de
Messias Jezus, Die met eer
en heerlijkheid gekroond is.
De gelovige Israëliet werd
tijdens Handelingen door deze
brief meegenomen naar de
grote heerlijkheid van Hem in
Paulus’ brieven.
Brieven van Paulus concordant vertaald cv-da-ath.nl
Bestellen? gorterd@protonmail.com
Woord vandaag
behoort tot een andere stam,
waarvan niemand zich tot
het altaar begeven heeft.
Hebreeën 7:13b
De Heer kwam uit Juda, in
Mattheüs 1, Lukas 3 meldt
de Schrift wat Zijn afkomst is.
Daaruit blijkt duidelijk, dat de
Heer volgens het vlees uit
Davids familie komt (Rom.1:3;
2Tim.2:8).
Van Juda kon nooit gezegd,
dat het priesterschap in die
stam thuishoorde. De stam
Levi was door Jahweh daar-
voor aangewezen.
In Numeri 3:39; 4:47; 8:17
wordt iets gezegd over de
Levieten. Tussen hun 30e en
50e zouden zij dienstwerk in
de tabernakel en tempel
doen. Later werd dit door
koning David veranderd in
20-50 jaar.
Maar uit de stam van Juda
mocht niemand naderen tot
het (reukoffer)altaar.
De Levieten wel. Daarom kon
zelfs de Heer Jezus niet in de
de heilige plaatsen van de
tempel komen, Hij kwam wel
op het tempelterrein, voorhof,
gewijde plaats, rondom de
tempel.