Want een zodanige
Hogepriester betaamde ons
ook: goedgunstig, argeloos,
niet ontwijd, gescheiden van
de zondaren en hoger dan die
van de hemelen wordend
Hebreeën 7:26
Hij was en is: niet ontwijd en
gescheiden van de zondaren.
Op aarde liep de Heer Jezus
te midden van zondaren; in
alles was Hij toegewijd aan
de wil van de Vader.
Hij leed onder hun gedrag;
vooral de woorden deden bij
Hem zoveel meer pijn in het
hart, in Zijn binnenste.
De Hebreeënschrijver wijst op
toewijding aan God, aan hun
Messias Jezus, in deze brief.
In alles is dat een wandel in
geloof, steeds Zijn woord in
je opnemen en uitleven.
Ware toewijding aan God is
niet het steeds vervullen van
allerlei religieuze plichten.
Religie bindt, levert niets op.
Onze wandel in geloof is het
presenteren van ons lichaam
tot levend, heilig, en God wel-
gevallig offer. Op God gericht
leven is onze godsdienst.