Paulus spreekt in het evangelie van God
aangaande Zijn Zoon Jezus Christus
over de rechtvaardigheid van God die
daarin onthuld wordt. Dat was revolutionair
in zijn dagen. Naluisteren: HIER
Evangelie – Romeinen 1
Woord vandaag
Want jullie weten wat voor
opdrachten wij jullie gegeven
hebben door de Heer Jezus
1 Thessalonicenzen 4:2
Aan Timotheüs gaf Paulus
opdracht om uit te voeren,
toen Timotheüs zijn functie(s)
ging voortzetten.
De Thessalonicenzen kregen
van Paulus diverse. Het zijn
aanwijzingen in liefde, om de
liefde van God te leven. Om
zo het goede nieuws, de wel-
boodschap (evangelie) van
de genade van God te tonen
en te evangeliseren.
Met het ook op de heerlijke
verwachting die Paulus door
deze bijzondere brief bekend
mocht maken. Als je met je
hart weet dat de Heer komt,
dan bereid je je daarop voor.
Je leven ziet er dan anders uit
dan wanneer je denkt dat het
nog lang (minstens 100 jaar)
kan duren. Laten wij dan erg
goed luisteren naar de Heer,
Die via de apostel spreekt!
Woord vandaag
Voor het overige dan,
broeders, vragen wij jullie
en spreken jullie aan in de
Heer Jezus, opdat, zoals
jullie van ons aangenomen
hebben hoe jullie moeten
wandelen en God behagen
– zoals jullie ook wandelen –
opdat jullie daarin veeleer
overvloeien.
1 Thessalonicenzen 4:1
Het is met de ondertoon van
genade (en dus vreugde) dat
Paulus dit zegt. De tussenzin:
zoals jullie van ons aange-
nomen hebben spreekt van
de genade van God onder
de Thessalonicenzen. Het
tot hen gesprokene hadden
zij immers aanvaard, niet als
een woord van mensen. Het
was voor hen Gods woord.
Natuurlijk was daarbij ook
de gedragsverandering aan
de orde gekomen. Het hoe
jullie moeten wandelen en
God behagen is logisch, als
we ons herinneren dat zij
zich van de afgoden af naar
de levende God toe gekeerd
hadden (1Thes.1:9,10).
Het moeten betekent in de
grondtekst binden. Zij waren
geestelijk verbonden met de
levende God, in Zijn genade.
Die vreugde uitleven is tot
eer van Hem willen zijn. Zij
wandelden al zo, en Paulus
spoort aan: opdat jullie erin
veeleer overvloeien.
Woord vandaag
De hoofdzaak echter over wat
wij zeggen is dit: wij hebben een
zodanige Hogepriester, Die is
gezeten is aan de rechter(kant)
van de troon van de Majesteit
in de hemelen
Hebreeën 8:1
Langzaam maar zeker gaat de
schrijver het onderwerp: de
Zoon is Hogepriester afronden.
Dat blijkt de ‘hoofdzaak’ die de
schrijver nu benoemt.
Deze bijzondere Hogepriester
zetelt niet in Jeruzalem, maar
in de hemelen. En dat zelfs aan
de rechter(kant) van de troon,
de plaats van macht, kracht.
Troon spreekt van regering, de
voorloper Melchizedek was de
Koning en Hogepriester.
De Hebreeën zouden zich dus
bewust worden, dat zij een
hemelse Hogepriester/Koning
hebben. Die zal Zijn macht en
heerlijkheid op aarde tonen in
de komende eon. Toch wordt
door: in de hemelen gewezen
op Zijn hemelse positie nu, en
daarover is door Paulus in de
Efezebrief geschreven.