Want indien het bloed van
geitenbokken en stieren en
de as van een vaars, de
vervuilden besprenkelend,
tot reinheid van het vlees
heiligt
Hebreeën 9:13
Opnieuw is duidelijk, dat het
oude verbond vleselijk was.
Voorschriften hadden met
het vlees te maken.
Hebreeën 7:16 spreekt van
een vlezig gebod; het werd
op het vlees gelegd en had
daar alles mee te maken.
Geestelijke waarheden zijn
in typen/beelden vervat en
spreken van Christus en Zijn
werk. Het letterlijke brood
sprak van leven in Christus,
dat nooit stopt. Het brood
moest wel elke
week vervangen worden.
De as van de (rode) vaars
(koe) werd in water gedaan
dat (hoge)priesters ritueel
zou reinigen.
Het was tijdelijk, daarmee
verwees het in zichzelf naar
het betere, blijvende.
Christus! Hij vervult al wat
in typen en beelden gezegd
is; Hij geeft ware, definitieve
verlossing!