Nacht en dag smeken wij boven
alle mate om jullie aangezicht
te zien en het ontbrekende van
jullie geloof aan te passen.
1 Thessalonicenzen 3:10
Diep verlangen van Paulus was
het, voor Gods aangezicht, om
de medegelovigen te zien.
Hij smeekte God daarom, een
uiting daarvan was deze brief.
Hij wilde graag het geloof de-
len en de anderen zien rond
het Woord. Dankbaar was de
apostel voor wat hij over hun
geloof had gehoord. En toch
beluisterde hij door alles heen,
of door vragen die men had,
dat er iets ontbrak aan hun
geloof.
Deze belangrijke, wellicht eer-
ste brief geeft antwoord op de
vragen en biedt een uitzicht
dat de gelovige uit Israël niet
had. In hoofdstuk 4 zal dat aan
de orde komen, terwijl al iets
doorklonk in 1:10: de Heer zal
de gelovigen in veiligheid bren-
gen terwijl de verontwaardiging
van God nadert, maar nog niet
losgebarsten is.