Niet overeenkomstig het ver-
bond dat Ik gemaakt heb met
hun vaders. In de dag dat Ik
hun hand vatte om hen uit te
leiden uit het land Egypte,
En omdat zíj niet blijven in
Mijn verbond, en Ik bekommerde
Mij niet over hen, zegt de Heer
Hebreeën 8:9
God had Israël met machtige
Hand uit Egypte geleid, en Hij
maakte ze tot een natie.
Hij is de God van Israël steeds
geweest – en nog. Zij durven
Zijn Naam niet te noemen, en
vertrouwen nu op ‘Ha-Shem’,
‘de Naam’. Zij overtraden het
huwelijksverbond met Jahweh
door andere mannen (afgoden)
achterna te gaan. Israël was
onder de wet weerspannig. En
er volgde ballingschap. Hij zette
ze uit het huis (het land) omdat
het oude verbond door hen in
alle delen geschonden werd.
Daarom bekommerde de Heer
Zich niet langer over hen. Toch
mochten zij (de twee stammen)
Na 70 jaar terugkeren naar het
land om de stad Jeruzalem en
de tempel te herbouwen.
Een nieuw verbond, dat zou in
de tijd komen, zei Jahweh via
Jeremia. Sommigen in Israël
verwachtten de Messias toen
Hij kwam; zij geloofden en zij
erkenden dat de Heer Jezus
het was.