Want de Heer zelf zal, met
een bevel, met de stem van
de vorst van de boodschappers
en met de bazuin van God,
afdalen van de hemel, en de
doden in Christus zullen eerst
opstaan
1 Thessalonicenzen 4:16
‘Vorst van de boodschappers’;
dat moet de Heer zelf zijn. Zijn
bevelende stem roept ‘opstaan
leden van Mijn lichaam!’ of iets
dergelijks. Zo’n kracht heeft de
stem van Michaël of Gabriël
niet. Dan klinkt ook de bazuin
van God.
Het is niet een boodschapper
die bazuint, het is de bazuin
van God. De Heer zelf daalt af;
het is een groots moment.
Hij zal bazuinen.
Hij zal Zijn lichaam ontmoeten;
Hij verlangde daar intens naar.
Ook wij kijken vol verwachting
uit naar dat moment, die dag.
Groots is, dat al die gelovigen
die overleden zijn sinds Paulus’
dagen, dan zullen opstaan én
levendgemaakt worden, en zij
doen dan onsterfelijkheid aan.
Wat een toekomst!