En hier inderdaad ontvangen
stervende mensen een tiende,
daar echter wordt getuigd dat
hij leeft Hebreeën 7:8
Van Melchizedek wordt geen
genealogie vermeldt; zo komt
nadruk te liggen op zijn leven.
Bij het reguliere priesterschap
uit Levi in Israël ging het om
stervende mensen en moest
de opvolging gegarandeerd zijn
door nageslacht. Melchizedek
is van hogere orde, want door
Abram gaf het hele Levitische
priesterschap de tienden aan
hem. Over opvolging van deze
priester-koning wordt echter
niets gezegd. Des te sterker is
hij een type en voorloper van
de Heer Jezus Christus in Zijn
opstanding. Na Zijn dood en
opwekking daaruit is Hij niet
langer in het vlees gebonden
aan de lijn vanuit Juda. Nu
kan Hij dor God aangesteld
worden als Hogepriester en
Koning in ‘de lijn’ van deze
Melchizedek.
De aankondiging is in Psalm
110 al vermeld. Niets kon of
kan deze positie van Hem
nog verhinderen. De eon die
nog komt, de 1000 jaren, zal
Zijn Koninklijk Priesterschap
zien. Daarna geldt nog Zijn
Koningschap op de nieuwe
aarde; ook dat is tijdelijk.
Nu echter Timotheüs van
jullie naar ons toe gekomen
is en ons de goede boodschap
bracht van jullie geloof en
jullie liefde – en dat jullie een
goede herinnering aan ons
hebben, altijd ernaar
verlangend ons te zien, net
als ook wij jullie
1 Thessalonicenzen 3:6
Het verlangen van Paulus en
de Thessalonicenzen naar
elkaar was intens.
Dat kwam door de geestelijke
band die was ontstaan. Paulus
had met hen het evangelie van
God gedeeld. Zij geloofden dat
zonder meer. God werkte daar
op bijzondere wijze: snel, goed
en ingrijpend.
Zij bleven enthousiast het aan
hen gebrachte evangelie volgen.
Er waren ook Israëlieten die dat
evangelie geloofden.
Zij verwachtten, dat de Messias
zou terugkeren naar Zijn volk.
De Representant van Jahweh,
Die zou komen en Zijn voeten
op de Olijfberg zou zetten.
Zij wisten dat de Messias Jezus
het is, Die voor hen stierf en
was opgewekt uit de doden.
Deze Joodse gelovigen konden
ook weten uit Tenach, dat nog
een grote verdrukking over hen
zou komen voordat de Messias
zou komen.
Toch horen zij nu, dat Jezus hen
zou bergen uit het komen van
de verontwaardiging. Dat zou
diverse vragen opleveren. Het
is mogelijk dat Timotheüs die
mee had genomen. Deze brief
zal dan -mede- het antwoord
geweest zijn.
Nu echter Timotheüs van
jullie naar ons toe gekomen
is en ons de goede boodschap
bracht van jullie geloof en
jullie liefde – en dat jullie een
goede herinnering aan ons
hebben, altijd ernaar
verlangend ons te zien, net
als ook wij jullie
1 Thessalonicenzen 3:6
Timotheüs ‘evangeliseerde’
over het geloof en de liefde
van hen. Daar was Paulus
heel verheugd over. Toch is
hier niet iets gezegd over
de verwachting, terwijl dat
in 1:1-5 wél genoemd werd.
Soms is het spannend als er
berichtgeving moet komen.
Hier meldde Timotheüs fijne
dingen over de ekklesia daar.
Wellicht beluisterde Paulus
daarin ook dat e.e.a. ontbrak.
Misschien waren er allerlei
vragen naar aanleiding van
het gesprokene.
In deze brief lazen wij in 1:10
al een hint, dat zij (en wij) de
Zoon verbeiden, Die uit de
hemelen zal komen om hen
(en ons) te bergen, precies
op tijd.
Los van alle tegenspraak
echter, is de mindere
gezegend door de betere
Hebreeën 7:7
De begunstiging (zegen) zal
altijd van de betere naar de
mindere gaan. Dit principe
geldt bij de eerstgeborene;
die krijgt de vaderlijke zegen.
In Genesis lees je van tijd tot
tijd, dat niet de eerstgeboren
zoon de zegen krijgt. Izaäk,
Jakob, Juda, Efraïm; dat zijn
sprekende voorbeelden.
Natuurlijk komt alle zegen
van God, alles is uit Hem.
Dit is weer zo’n waarheid in
de Schrift, die geen tegen-
spraak (Grieks: antilogia =
in plaats van spreking) duldt.
Indien wij voor anderen ‘tot
zegen’ kunnen zijn, dan is
dat uit God. Gods geest die
in ons werkt, zorgt ervoor,
dat wij geduldig, barmhartig
en zachtmoedig kunnen zijn.
Wandel in wijsheid, de derde aansporing
in Efeze 5. Paulus wijst ons op het in
wijsheid met elkaar omgaan in het
lichaam van Christus.
Naluisteren: deel A en deel B
Copyright © All rights reserved.