Want de wet volbrengt níets,
maar is inleiding van een
betere verwachting, waardoor
wij naderen tot God.
Hebreeën 7:19
De Thora was voorafgaand,
kwam erbij in, tijdelijk. Hier
zegt de schrijver, dat het een
inleiding was tot een betere
verwachting. Kortom: de
wet volbrengt niets. De Heer
riep aan het kruis: het is vol-
bracht (zelfde werkwoord!)
en daarom is Christus de
voltooiing van de wet, tot
rechtvaardigheid voor ieder
die gelooft (Rom.10:4).
De wet had een schaduw van
toekomende goede ‘dingen’.
En hier lezen wij ook: beter,
één van de 12 keren dat dit
begrip in Hebreeën gebruikt
wordt. De Thora gaf een hint
naar de betere verwachting;
die is te vinden in de brieven
van Paulus. Niet een aardse,
maar op-hemelse verwachting.
Dat begrip is al in 3:1 van deze
brief gebruikt, en zal verder
nogmaals genoemd worden.
Hebreeën bouwt verder op de
Thora en Israëlische gelovigen
zouden hierin meegaan.
Paulus is op weg terug naar Jeruzalem.
Hij wil daar, door de Heer op zijn hart gelegd,
voor pinksteren aankomen.
Allerlei maakt Paulus mee en gaf steeds
door wat de Heer hem duidelijk maakte.
Naluisteren: deel A en deel B
Want er komt inderdaad een
afwijzing van het voorafgaande
gebod omdat het zwak is en
nutteloos
Hebreeën 7:17
Dit geldt niet alleen voor wat
over de priesterdienst gezegd
is. In de Thora was wat geboden
was, op het vlees gelegd. God
wist tevoren dat Israël daarin
zou falen. Dat was ook in de
Thora zelf voorzegd. Het was
‘zwak en nutteloos’, want het
vlees kón het niet volbrengen.
Op zich is het gebod heilig en
rechtvaardig en goed, zegt de
apostel in Romeinen 7. Zelfs:
de wet is geestelijk. Waarom?
Omdat het Gods woorden zijn,
die uitspreken Wie Hij is.
Natuurlijk was dat niet alles,
het was voorafgaand, tijdelijk
(Rom.5:20), vol schaduwbeel-
den van Hem, Die zou komen.
Het was in die zin nutteloos,
dat het de zondaar niet verder
bracht; offers onder het oude
verbond bedekten de zonden,
maar namen die niet definitief
weg. De dood van Christus én
Zijn opstanding doen dat wel.
Want Hij getuigt: Jij bent
Priester voor de eon naar
de orde van Melchizedek
Hebreeën 7:16
Christus, niet ‘voor eeuwig’
is Hij Priester. Hij kon dat
ook niet zijn, een Priester
was onder meer aangesteld
om te ‘bemiddelen’.
Levitische priesters deden
dienstwerk in tabernakel en
tempel.
Het bemiddelen gebeurde
door offers die Israëlieten
bij de priesters brachten
voor de zonde, de schuld.
Maar nu Hij als hét Offer
gebracht is, zijn al de
schaduwbeelden voorbij.
En daarom kon een priester
daarna nooit altijd blijven.
Nu al het werk is gedaan om
de mens tot God te brengen,
zal eens het priesterschap
voorbij zijn. Het bijzondere
Hogepriesterschap waarin
de Heer gesteld is, is voor de
eon, de komende 1000 jaar.
In de nieuwe schepping is er
wel regering (koningschap);
maar God woont te midden
van de mensen, daarom is
priesterschap dan niet meer
nodig.
Die dat niet in overeenstem-
ming met de wet van een
vleselijk gebod geworden is,
maar in overeenstemming
met de kracht van onvergan-
kelijk leven
Hebreeën 7:16
In dit vers zien wij opnieuw
het verschil met wat Israël
in het vlees had en wat deze
brief aanreikt. Daar was de
priesterorde van Aäron, die
uitging van vleselijke komaf.
We noteren ook: het gebod
had te maken met het vlees;
de Mozaïsche onderwijzing
was het op het vlees gelegd.
Paulus laat in zijn brieven
Gods bedoeling ermee zien.
De orde van koning-priester
Melchizedek was voor de
Heer naar een geestelijke lijn.
Ook daarin nam Hebreeën de
gelovige Israëliet mee, weg
van het vlees naar geestelijke
waarheden. En zo naar wat
Paulus verkondigt.
Dit is zichtbaar in:
wet-vleselijk-gebod versus
kracht-onvergankelijk-leven.
Copyright © All rights reserved.