En inderdaad, zij die uit de
zonen van Levi het
priesterambt ontvangen,
hebben een gebod om
tienden te innen van het
volk naar de wet, dat is,
van hun broeders, ook
al zijn zij gekomen uit de
lende van Abraham
Hebreeën 7:5
Levi was in de lende van de
aartsvader, en zo gezien gaf
Levi de tienden. Melchizedek
kon die innen, gelet op zijn
positie. Daaruit is zichtbaar,
dat deze koning-priester wel
een type moet zijn van Hem,
Die komen zou.
Volgens de wet in Numeri 18:
21-29; Deuteronomium 12:17-
19; 14:22-29 moest Israël de
heffingen opbrengen. Er was
ook een 3-jaarlijkse; dat werd
opgeslagen als voorraad voor
ook de minder bedeelden en
‘vreemdelingen in de poort’.
Binnen de agrarische samen-
leving van Israël was dat heel
logisch, zeer sociaal. Hierin zie
je de liefde van Jahweh weer
uitkomen. In de Schrift klinkt
steeds dat men zou omzien
naar de wees en de weduwe,
de zwakkeren.