Vervolgens zullen wíj, de
levenden die overblijven,
gelijktijdig samen met hen
weggerukt worden in wolken,
tot een ontmoeting met de
Heer in de lucht.
En zo zullen wij altijd samen
met de Heer zijn.
1 Thessalonicenzen 4:17
Eerder is opgemerkt, dat deze
aanwezigheid niet hetzelfde is
als Mattheüs 24:3,27,37,39,
waar óók Zijn aanwezigheid
aan de orde is. Alleen al de titel
Zoon des mensen wijst op iets
anders dan Heer.
De Heer wordt nooit als Zoon
des mensen genoemd bij het
lichaam van Christus. Altijd in
verband met Israël om Zijn
aardse koninkrijk te vestigen.
Als Hij aanwezig is op aarde,
zoals in de dagen van Noach,
dan zullen er 2 op de akker
zijn, de één zal meegenomen
en de ander (achter)gelaten
worden. Het ‘meenemen’ is
dan in het gericht omkomen.
Net als ‘allen’ bij Noach door
het water ‘weggenomen’ zijn.
Degenen die (achter)gelaten
worden, zullen het koninkrijk
van de hemelen binnengaan
en in het land Israël blijven.
Vergelijk hierbij Mattheüs 13;
de gelijkenissen van de dolik
(onkruid) en visnet.
Het onkruid (de kinderen van
de boze), de slechte vissen;
de boodschappers zullen ze
verzamelen (meenemen!) en
in het vuur werpen.