en niemand bij zijn broeder
over de grens stapt en
hebzuchtig is in deze zaak,
omdat de Heer wreker is
aangaande dit alles, zoals
wij jullie ook tevoren gezegd
en betuigd hebben.
1 Thessalonicenzen 4:6
De woorden ‘bij’ en ‘grens’
staan niet in het Grieks. Toch
lijkt dat wel de gedachte hier.
Het gaat om de ene broeder
die bij de andere broeder over
de grens stapt, bedriegt, en
diens vrouw wil weglokken in
hebzucht, zoals Paulus zegt.
Of het gaat misschien zelfs om
een voorgestelde ‘partnerruil’.
Onder de natiën die God niet
kennen, was dat toen al (zeer)
regelmatig aan de orde.
Om die reden heeft Paulus o.a.
vanaf 4:1 zo geschreven. Wij
zijn heiligen, en ons gedrag
zal zich daarop in de loop van
de tijd aanpassen. God gericht
leven staat haaks op wat hier
genoemd wordt.
Het lichaam is niet voor de
hoererij bestemd, maar voor
de Heer, en de Heer voor het
lichaam, 1 Korinthiërs 6:13.
Het is een groot verderf bij
mensen als men vervalt in
dergelijke grove zonden.
Paulus zegt er nog bij, dat de
Heer wreker is aangaande
dit alles. Wij zouden als Gods
heiligen en geliefden tot Zijn
eer leven.