Want de wet zet mensen in:
hogepriesters die zwakheid
hebben; het woord echter
gezworen van de eed dat na
de wet kwam, stelt de Zoon
in, voor de eon, volmaakt.
Hebreeën 7:28
Hét onderwerp in Hebreeën
is de Zoon van God. Christus,
die gezegend is met de Naam
boven alle Naam: Jahweh is
Redder, in Grieks: Jezus.
Vanaf 1:1 spreekt deze brief
over Hem. Hij is Hogepriester
in orde van Melchizedek.
Dat van de laatstgenoemde
geen geslachtsregister of iets
dergelijks vermeld wordt,
suggereerde in verband met
de komende Zoon van God
Zijn blijvende status.
In Hebreeën 7:3,16,21 is dat
onder meer bevestigd.
In Hebreeën 1 is uitgebreid
gemeld, dat Hij de reiniging
van zonden teweegbracht en
nu verhoogd is door God aan
Zijn rechter(hand).
Zijn status als Koning én groot
Hogepriester zal Hij uitoefenen
in de komende eon; daarna
regeert Hij als Koning én Hoofd
regeren over uiteindelijk heel
de nieuwe schepping.
Al de dagen, de tijd, ook de
komende 1000 jaren; zij gaan
voorbij. Maar Hij blijft; maakt
alles volkomen, in de wil van
Zijn Vader.