een gouden reukoffervat
hebbend en de ark van het
verbond, overal afgedekt
met goud, waarin de gouden
urn is, het manna hebbend,
en de roede van Aäron, die
ontkiemd was, en de platen
van het verbond
Hebreeën 9:4
Hier wordt opvallend genoeg
gezegd, dat het reukoffervat
in het allerheiligste stond.
Maar het gouden altaar waar
de reukoffers gebracht waren,
stond wél in het heilige, dat is
duidelijk in Exodus 40:26 te
lezen. Alles was met goud in
het heilige overdekt.
Dat verwijst naar heerlijkheid.
Al het hout verwees naar het
mens-zijn van Jezus Christus,
en het goud naar de Christus
Jezus, de Verheerlijkte Heer
in en na Zijn opstanding. Het
reukofferaltaar spreekt van
een leven vol aanbidding aan
Jahweh, de God en Vader. En
het gebed, de aanbidding, de
voorbede; het is kostbaar in
de oren en ogen van Vader.
Zijn beantwoorde liefde; het
verheugt Zijn hart.