Want aan Abraham beloofde
God – daar Hij níemand groter
had bij te zweren, heeft Hij
bij Zichzelf gezworen
Hebreeën 6:13
God beloofde aan Abram rijke
zegen en dat zijn nageslacht
tot zegen zal zijn. Dat zwoer
God met een eed, bij Zichzelf,
hoger kon niet. De beloften
aan Israël zijn net zo vast, en
de gelovigen zouden daarop
rekenen. Zo’n verwachting is
heel krachtig en geeft ook de
kracht tot toeleven naar die
grote toekomst: de Messias
Jezus zál aanwezig zijn; Hij
zál Zijn voeten op de Olijfberg
zetten. Tenach, de profeten
zijn er vol van. Ook Johannes
sprak van Hem als voorloper.
De Heer Zelf sprak ervan als
de grote Kenner van Tenach.
Hij sprak wat Zijn Vader Hem
te spreken gaf.
In Zijn toespraken benoemt
Hij met nadruk wat aan het
einde van deze boze eon zal
gebeuren; Mattheüs 24, ook
Lukas 17:20-37 en 21:5-36;
lees ze en zie wat aan Israël
gezegd wordt. Onze troost
is wat beloofd is over Zijn
aanwezigheid in de lucht,
we kijken uit naar die dag!