Want de wet zet mensen in:
hogepriesters die zwakheid
hebben; het woord echter
gezworen van de eed dat na
de wet kwam, stelt de Zoon
in, voor de eon, volmaakt.
Hebreeën 7:28
Opnieuw het contrast tussen
oud en nieuw. De tijdelijke,
zwakke hogepriesters waren
een zwakke voorafschaduwing
van het blijvende, krachtige.
Natuurlijk, de tabernakel en
de dienst waren gemaakt naar
het voorbeeld wat Mozes op
de berg getoond was.
Een afbeelding van de hemelse
‘dingen’. Alleen zo kon het voor
God aangenaam zijn, kon Hij er
behagen in hebben.
Het verwees in zichzelf naar al
het betere, dat met de Christus
kwam. Niet alleen de wet was
een woord van Jahweh, maar
het betere, het nieuwe verbond,
was dat ook. En dat kwam zelfs
met een eed.