Wij willen echter níet dat jullie
onwetend zijn, broeders, aan-
gaande hen die rusten, opdat
jullie niet bedroefd zijn zoals
ook de overigen die geen ver-
wachting hebben.
1 Thessalonicenzen 4:13
In deze ekklesia waren vragen
over de overleden gelovigen.
Paulus had waarschijnlijk maar
drie of vier weken daar kunnen
spreken. Sommigen uit Israël
waren ook gelovig geworden.
Zij kenden de verwachting dat
de Messias Zijn voeten op de
Olijfberg zou zetten. Maar nu
mensen uit de natiën, die eerst
afgoden dienden (1Thes.1:9,10),
gelovig geworden waren en al
overleden waren, wat moest er
van hen worden? Zij hoorden
niet bij Israël en zij waren ook
geen proseliet. Israël kon weten,
dat na de komst van de Messias
ook opstanding van rechtvaardi-
gen zou plaatsvinden.
Er was onduidelijkheid, vragen
waren gesteld. Paulus gaat nu
antwoord geven.
Een echte verwachting geeft de
mens troost, uitzicht en kracht.
We zullen zien wat Paulus kon
en mocht zeggen van zijn Heer.