Er boven overheen echter,
waren de cherubs van heer-
lijkheid, het beschermdeksel
overschaduwend, waarover
het nu niet gelegenheid is
om deels iets te zeggen
Hebreeën 9:5
Het beschermdeksel wordt in
Romeinen 3:25 door Paulus
genoemd. Op Jom Kipoer, werd
jaarlijks het bloed van de jonge
stier door Aäron 7 keer daarop
gesprenkeld, als teken dat dit
als zond(offer) geslacht was.
Tevens moest Aäron het bloed
van de geitebok die ook als
zond(offer) geslacht werd, op
het beschermdeksel en voor
de ark sprenkelen. Zo was er
weer een jaar bescherming
op grond van deze zondoffers
voor de hogepriester, zijn gezin
en het volk. Dat alles sprak van
het kostbare bloed van Christus
dat gekend was vóór de neder-
werping van de wereld.
(1 Petrus 1:19,20). Dat bloed
van de stieren en de bokken
beschermde, want de stenen
platen getuigden van God en
Zijn rechtvaardigheid, om elke
afwijking (zonde) te vergelden.
Omdat God ‘vooruitkeek’ naar
het bloed van Christus, kon Hij
(tijdelijk) voorbijgaan aan de
zonden.
Leviticus 16 schreef jaarlijkse
herhaling voor; het sprak van
Gods rechtvaardigheid en Zijn
heiligheid, maar ook van
Zijn liefde voor Zijn volk.