behoort tot een andere stam,
waarvan niemand zich tot
het altaar begeven heeft.
Hebreeën 7:13b
De Heer kwam uit Juda, in
Mattheüs 1, Lukas 3 meldt
de Schrift wat Zijn afkomst is.
Daaruit blijkt duidelijk, dat de
Heer volgens het vlees uit
Davids familie komt (Rom.1:3;
2Tim.2:8).
Van Juda kon nooit gezegd,
dat het priesterschap in die
stam thuishoorde. De stam
Levi was door Jahweh daar-
voor aangewezen.
In Numeri 3:39; 4:47; 8:17
wordt iets gezegd over de
Levieten. Tussen hun 30e en
50e zouden zij dienstwerk in
de tabernakel en tempel
doen. Later werd dit door
koning David veranderd in
20-50 jaar.
Maar uit de stam van Juda
mocht niemand naderen tot
het (reukoffer)altaar.
De Levieten wel. Daarom kon
zelfs de Heer Jezus niet in de
de heilige plaatsen van de
tempel komen, Hij kwam wel
op het tempelterrein, voorhof,
gewijde plaats, rondom de
tempel.