De hoofdzaak echter over wat
wij zeggen is dit: wij hebben een
zodanige Hogepriester, Die is
gezeten is aan de rechter(kant)
van de troon van de Majesteit
in de hemelen
Hebreeën 8:1
Langzaam maar zeker gaat de
schrijver het onderwerp: de
Zoon is Hogepriester afronden.
Dat blijkt de ‘hoofdzaak’ die de
schrijver nu benoemt.
Deze bijzondere Hogepriester
zetelt niet in Jeruzalem, maar
in de hemelen. En dat zelfs aan
de rechter(kant) van de troon,
de plaats van macht, kracht.
Troon spreekt van regering, de
voorloper Melchizedek was de
Koning en Hogepriester.
De Hebreeën zouden zich dus
bewust worden, dat zij een
hemelse Hogepriester/Koning
hebben. Die zal Zijn macht en
heerlijkheid op aarde tonen in
de komende eon. Toch wordt
door: in de hemelen gewezen
op Zijn hemelse positie nu, en
daarover is door Paulus in de
Efezebrief geschreven.