Noch is Hij door bloed van
geitenbokken en kalveren,
maar door Zijn eigen bloed
eens voor altijd binnenge-
komen in de heilige plaatsen,
eonische verlossing vindend
Hebreeën 9:12
Volgens de Thora moest de
hogepriester met bloed van
dieren (Lev.16:15; Num.19:9)
ingaan in de heilige plaatsen.
Dat waren de aardse; de Heer
Jezus Christus ging door Zijn
eigen bloed in de ophemelse
binnen in de heilige plaatsen.
Hij kwam in het allerheiligste;
in de tegenwoordigheid van
de Vader zelf. En daar vond
Hij eonische verlossing. Let op
de tegenstelling: kortdurende
inzettingen onder het oude
verbond. Het bloed van dieren
zorgde voor Israël voor slechts
één jaar verlossing.
Christus’ kostbare bloed echter,
zorgt voor langdurige, eonische
verlossing voor al de heiligen
en gelovigen.
Dat bloed, dat spreekt van Zijn
diepe lijden, waarbij Zijn Vader
meeleed, is natuurlijk ook ná
de eonen effectief.
De maximale uitwerking is
dan: alle schepselen gered,
verzoend met God!