Want dit zeggen wij jullie
in een woord van de Heer,
dat wíj, de levenden die
overblijven tot de
aanwezigheid van de Heer,
in geen geval uitgaan vóór
hen die te ruste zijn gelegd
1 Thessalonicenzen 4:15
‘Wij’: Paulus en Silvanus en
Timotheüs (1:1). En ‘jullie’
zijn de Thessalonicenzen.
Een woord van de Heer; niet
iets uit Tenach, want dan zou
je lezen: het is geschreven.
Dus komt hier iets nieuws.
Met zo’n inleiding kan ook
geen conclusie op basis van
bekende woorden volgen.
Zijn aanwezigheid, dat klonk
in 2:19 en 3:13.
Zij hadden ook onderwijs uit
-in elk geval- Daniël gekregen.
Het was bekend, dat gelovig
Israël, voor zover in leven,
het koninkrijk ingaat zodra
de Koning aanwezig is. Pas
75 dagen later staan dan de
rechtvaardigen, op.
Volgorde: eerst de levenden
en dan de opgestane doden.
Het woord van de Heer zegt:
de levenden gaan niet voor
de doden uit. En ‘uitgaan’;
wat zou dat betekenen?
Wij zien vol verwachting
uit naar Christus Jezus!