Want een zodanige
Hogepriester betaamde ons
ook: goedgunstig, argeloos,
niet ontwijd, gescheiden van
de zondaren en hoger dan die
van de hemelen wordend
Hebreeën 7:26
De Heer Jezus was argeloos;
dit woord betekent letterlijk:
on-kwaad.
Het komt alleen nog in Rom.
16:18 voor: zij die geen kwaad
vermoeden als zij door mooi-
praters misleid worden, zijn de
argelozen. In de dagtekst gaat
het over de Heer; Hij had geen
kwaad in de zin, nooit.
Hem werd kwaad aangedaan,
voortdurend, door nota bene
Zijn eigen volksgenoten.
Hij kreeg veel mensen achter
Zich aan, en dat wekte afgunst
bij de leiders van het volk. Die
hadden wel kwaad in de zin.
Wij mogen achteraf beseffen,
dat God het kwaad ten goede
heeft gekeerd. Vader wekte
Zijn Zoon op uit de doden na
drie dagen, op de derde dag.