niet onze eigen opzameling
verlatend, zoals de gewoonte
van sommigen is, maar aan-
sprekend, en dat nog zoveel
meer naarmate jullie de dag
zien naderen
Hebreeën 10:25
Geeft de schrijver hier een
hint met: opzameling? Het
is het woord dat Paulus in
2Thessalonicenzen 2:1 heeft
genoteerd: episunagogê.
Mogelijk verwijst dat naar 1
Thessalonicenzen 4:16,17.
Dat de schrijver oproept om
elkaar te ontmoeten, mag zo
zijn. Maar hieraan kun je niet
een oproep ontlenen om de
gelovigen nu te verplichten
zondagse bijeenkomsten bij
te wonen. In deze tijd roept
de Heer Zelf en geeft Hij het
verlangen in het hart om het
woord van God te horen en
er (als het kan) fysiek bij te
zijn. Bovendien gaat het hier
bij ‘de dag’ om de dag van
de Heer die voor Israël en de
volkeren aanstaande is, zie
ook 10:37.