Die dat niet in overeenstem-
ming met de wet van een
vleselijk gebod geworden is,
maar in overeenstemming
met de kracht van onvergan-
kelijk leven
Hebreeën 7:16
In dit vers zien wij opnieuw
het verschil met wat Israël
in het vlees had en wat deze
brief aanreikt. Daar was de
priesterorde van Aäron, die
uitging van vleselijke komaf.
We noteren ook: het gebod
had te maken met het vlees;
de Mozaïsche onderwijzing
was het op het vlees gelegd.
Paulus laat in zijn brieven
Gods bedoeling ermee zien.
De orde van koning-priester
Melchizedek was voor de
Heer naar een geestelijke lijn.
Ook daarin nam Hebreeën de
gelovige Israëliet mee, weg
van het vlees naar geestelijke
waarheden. En zo naar wat
Paulus verkondigt.
Dit is zichtbaar in:
wet-vleselijk-gebod versus
kracht-onvergankelijk-leven.