Mag echter onze God en Vader
Zelf en onze Heer Jezus onze
weg naar jullie toe wenden
1 Thessalonicenzen 3:11
Paulus was zich diep bewust
van zijn totale afhankelijkheid
van zijn God en Vader en Zijn
Zoon. Zijn verlangen, intens
gebed, was om de gelovigen
daar te ontmoeten, geloof te
delen rondom het Woord. En
in het samenzijn bemoedigd
te worden. In het licht van vers
10 was het ook zijn verlangen
in wat ontbrak aan hun geloof
te voorzien. Dat mocht hij al
doen in deze brief.
De verwachting was volgens
Zacharia 12 en 14, dat Hij, de
Messias Jezus, Zijn voeten op
de Olijfberg zal zetten. Dat zou
pas gebeuren na al wat in de
profetie van Daniël voorzegd
was; grote verdrukking.
Israël was hiervan op de hoogte.
Maar nu God een apart werk
doet te midden van de natiën
en hen roept tot heerlijkheid,
waren er allerlei vragen. Hoe zit
dat met hen in de toekomst?
Wat gebeurt er met hen die al
te ruste gelegd zijn?
Een heerlijk antwoord komt in
deze brief!