De Heer zweert en het zal
Hem niet berouwen; U bent
Priester voor de eon naar
de orde van Melchizedek
Hebreeën 7:21b
Hier citeert de schrijver, net
als in vers 17, Psalm 110:4.
Ook die Psalm blijkt Christus
als onderwerp te hebben.
Wat het vers laat zien, is dat
Hij die bijzondere functie van
Priester zal innemen tijdens
de 1000 jaar. Niet eeuwig in
de zin van eindeloos. Als dat
zo zou zijn, dan zou Hij Zijn
werk als Middelaar nooit af
kunnen ronden.
Het is in die 1000 jaar voor
(een deel van de) mensheid
een toegroeien naar grotere
heerlijkheid; daarom is de
Priesterfunctie tijdelijk, per
definitie. De nieuwe aarde
en de nieuwe hemelen gaan
komen, waarvoor de huidige
oude schepping plaats moet
maken. Wat een uitzicht voor
Israël en de volkeren!
Op 17 mei 2026 sprak Hans van der Kleij
in St. Philipsland over een zaadje planten
wat alles te maken heeft met het Woord.
De tegenstander bestrijdt met diens tactieken
en technieken het woord van God.
Naluisteren: deel A en deel B
en voor zo ver het niet zonder
eed zweren was (want zij zijn
inderdaad zonder eed zweren
priesters geworden Hij echter
met het zweren van een eed
door Degene Dietegen Hem
zegt:
Hebreeën 7:20,21a
Dat God met een eed zwoer
bij Hem Die Hogepriester zou
zijn, zegt veel. Bij de belofte
aan Abram was dat zo. God
heeft ook gezworen, dat voor
Hem elke knie zal buigen en
elke tong Hem zal loven,
Jesaja 45:23. In Psalm 110,
waar de schrijver naar wijst,
zwoer Jahweh ook. Hij kon
niet zweren bij een hogere,
want Hij is Zelf de Hoogste
van allen. Het is dan ook
een uiterst belangrijke fase,
de 1000 jaar waarin Hij Zijn
zijn volk en de natiën nader
inzicht zal geven.
Zijn Zoon, is hét onderwerp
in Gods woord. Vanaf 1:1
is de Hebreeënschrijver
bezig de Zoon centraal te
stellen. Want in Hem, door
Hem en tot Hem is immers
het al geschapen!
En die unieke Zoon is dan
-met een eed- aangesteld
als veel hogere Priester
dan alle voorgaande die
in Israël functioneerden.
Mag echter de Heer jullie
doen toenemen en overvloeien
in liefde voor elkaar en voor
allen, net als ook wij voor jullie
1 Thessalonicenzen 3:12
De liefde van God is zichtbaar
in het hele optreden van de
apostel. Het draaide niet om
hem zelf maar om de Heer.
Zijn gebed was, dat die liefde
volop mag functioneren naar
elkaar. Dat zou bij gelovigen
ook zo zijn, altijd. We zien in
de regel echter vaak andere
dingen zoals eigenbelang, het
vlees, het in de praktijk niet
meegekruisigd zijn met Hem.
Dat verhindert het stromen
van Gods liefde. Het oude ik
kan niet liefhebben met de
liefde van God. Want die is
simpelweg niet aanwezig als
men nog niet Gods geest in
genade ontvangen heeft.
Mag echter onze God en Vader
Zelf en onze Heer Jezus onze
weg naar jullie toe wenden
1 Thessalonicenzen 3:11
Paulus was zich diep bewust
van zijn totale afhankelijkheid
van zijn God en Vader en Zijn
Zoon. Zijn verlangen, intens
gebed, was om de gelovigen
daar te ontmoeten, geloof te
delen rondom het Woord. En
in het samenzijn bemoedigd
te worden. In het licht van vers
10 was het ook zijn verlangen
in wat ontbrak aan hun geloof
te voorzien. Dat mocht hij al
doen in deze brief.
De verwachting was volgens
Zacharia 12 en 14, dat Hij, de
Messias Jezus, Zijn voeten op
de Olijfberg zal zetten. Dat zou
pas gebeuren na al wat in de
profetie van Daniël voorzegd
was; grote verdrukking.
Israël was hiervan op de hoogte.
Maar nu God een apart werk
doet te midden van de natiën
en hen roept tot heerlijkheid,
waren er allerlei vragen. Hoe zit
dat met hen in de toekomst?
Wat gebeurt er met hen die al
te ruste gelegd zijn?
Een heerlijk antwoord komt in
deze brief!
Copyright © All rights reserved.