Want het is onmogelijk voor hen die eenmaal verlicht waren en geproefd hebben van het ophemelse geschenk en deelhebbers werden van van heilige geest Hebreeën 6:4
Op en na het wekenfeest, of Shavuot, waren tekenen, en wonderen te zien. Alles wees op aanbreken van het beloofde koninkrijk dat uit de hemelen op de aarde komt. Uit Hebreeën 6:4 en volgende wordt soms een idee van ‘afval van heiligen’ geopperd. In onze dagtekst wordt iets gezegd over deelhebbers van heilige geest; dat is nog geen verzegeling. Hier gaat het om de geroepenen uit Israël, op Pinksteren 3000, later meer. Zij waren verlicht en ja, zij ‘proefden van’; zij waren zo deelhebbers van. Als iemand toegevoegd is aan het lichaam van Christus is hij/ zij verzegeld met de geest van de belofte, de heilige. Dat zegel is onverbreekbaar; met het horen en geloven geeft Vader dat aan de gelovige. In deze tijd van overstromende genade is één van de grote waarheden: het geloof van Jezus Christus. Dan gaat het niet in de eerste plaats om ons geloof, maar dat van Hem.
En dit zullen wij doen, indien de God het ook toestaat Hebreeën 6:3
Het gaat in deze brief om de gelovigen aan te spreken en te bemoedigen. Sommigen volhardden in geloof, nogal wat dreigden af te dwalen. Sommigen vielen al weg, en vervielen tot ongeloof. Vanaf 5:12 is het duidelijk, dat aan onmondigen weer de beginselen onderwezen moesten worden. Zij, die al vervallen waren in ongeloof hadden ze neergeworpen. Zes beginselen zijn in 6:1,2 genoemd. De schrijver (Barnabas?) zou bereid zijn dat weer te onderwijzen, hij laat het van Vaders wil afhangen. De bijzondere opmerkingen die op het op-hemelse wijzen, zou de gelovige uit de Besnijdenis trekken naar wat Paulus verkondigde.
Op 8 maart 2026 sprak Ans Bouman over dit belangwekkende onderwerp vanuit de Hebreeuwse en Griekse grondteksten. Er is veel verwarring over dit onderwerp; dat blijkt uit de gebrekkige vertalingen. Naluisteren: deel A en deel B
van het onderwijs van dopen naast het opleggen van handen, naast de opstanding van doden en het vonnis gedurende de eonen Hebreeën 6:2
Meestal vertaalt men: een eeuwig oordeel of iets in die richting. Het Griekse krima is letterlijk: richt-effect. In de Engelse concordant version is judgment, in de Duitse is Urteil het trefwoord. Het gaat om het resultaat van richten; dat is wat een rechter of richter doet. Die komt tot een oordeel of een vonnis. Een gericht is in de Schrift altijd tijdelijk, nooit eindeloos. Het is ook altijd ter correctie. Vandaar dat een eeuwig oordeel of een eeuwige straf beslist niet in de heilige Schrift te vinden is. Een ongelovige ondergaat het gericht voor de eonen, de laatste twee tijdperken. Ongelovigen hebben geen leven tot de tweede dood opgeheven wordt. God geeft dan leven; dat zal eindeloos zijn!