In Psalm 56 lezen wij David die bij
de Filistijnen was. Koning Akis dacht
dat het nooit David kon zijn omdat
die zich als een waanzinnige gedroeg.
Naluisteren: HIER
Christus & Psalm 56
Woord vandaag
en aan jullie getuigen om God
waardig te wandelen, die jullie
roept naar binnen in Zijn
koninkrijk en heerlijkheid.
1 Thessalonicenzen 2:12
God roept! Dat is het heerlijke
van het evangelie. God roept
de mensen uit hun duisternis
in Zijn licht. Bij gelovigen is
het licht aan. Toch is het nodig,
dat zij steeds weer dat licht
van Zijn woord in hun leven
laten schijnen. Anders dreigen
ook zij in duisternis te raken.
Het groeiproces is, dat steeds
meer licht komt. Wij gaan dan
alles in Gods perspectief zien.
De verwachting van het aardse
koninkrijk en al wat daarmee
samenhangt, is het licht voor
de gelovige van Israël.
De leden van het lichaam van
Christus hebben een ophemels
gezichtspunt.
De vrede van God in ons hart
zal blijvend zijn, wanneer wij
biddend beseffen, dat het God
het is, Die alles leidt, beschikt.
Woord vandaag
en aan jullie getuigen om God
waardig te wandelen, die jullie
roept naar binnen in Zijn
koninkrijk en heerlijkheid.
1 Thessalonicenzen 2:12
Het getuigenis van Paulus en
de medewerkers was bedoeld
om een waardige wandel op
te roepen. Zij waren zelf een
voorbeeld daarin. In deze,
spreekt het ook ons aan. De
bedoeling van het evangelie
is dat de gelovigen tot eer
van God, de Vader, en Zijn
Zoon Christus Jezus, leven.
De genade is, dat zij net een
keer meer ‘opstaan’ dan dat
zij ‘vallen’. Ondanks gebrek
en tegenvallers richt God ons
op Zichzelf. Hij ziet ons zoals
wij zullen zijn in de toekomst.
Is dat niet wonderlijk?
Woord vandaag
en zoals Hij in een ander
woord zegt: Jij bent priester
voor de eon naar de ordening
van Melchizedek
Hebreeën 5:6
Hier citeert de schrijver uit de
Psalmen. Psalm 110:4b zegt dit
en blijkt het over de Zoon, de
Messias Jezus te gaan.
Hij kon niet gewoon priester
zijn, zoals gebruikelijk in Israël.
Dat was via de stam Levi en het
nageslacht van Aäron bepaald.
De Heer Jezus kwam uit Juda,
de lijn via David, Mattheüs 1 is
daarover duidelijk.
Deze Melchizedek was het, die
Abram ontmoette na zijn zege
op de koningen onder leiding
van Kedor-Laomer. En bracht
brood en wijn; en refereert in
wezen aan de opstanding uit
de dood. Beide spreken immers
van leven; en de Heer is het
Brood van het Leven en Hij is
de ware Wijnstok.
Woord vandaag
Zo heeft ook Christus Zichzelf
niet verheerlijkt hogepriester
te worden, maar Hij Die tegen
Hem gesproken heeft:
Mijn Zoon ben Jij, Ik heb Jou
heden voortgebracht.
Hebreeën 5:5
De Zoon is ooit door de Vader
voortgebracht, uit God Zelf.
Vanaf dat ‘moment’ was er
sprake van Vader en Zoon. Er
kan dus per definitie niet iets
als ‘het eeuwige zoonschap
van Christus’ bestaan. Vanaf
1:1 is Hebreeën bezig met de
geweldige positie die Christus
als de Zoon van God bekleedt.
En nu, in hoofdstuk 5, wordt
dit met ‘hogepriester zijn’ en
wat daarbij hoort, verbonden.
De uitspraak getuigt van liefde
van de Vader: Mijn Zoon ben
jij. Te horen bij Zijn doop en
de verheerlijking op de berg.
Nu wij als de leden van Zijn
lichaam bij Hem horen, zijn
ook wij zonen (en dochters)
van die Vader, Die ons nooit
loslaat, altijd liefheeft.