en zoals Hij in een ander
woord zegt: Jij bent priester
voor de eon naar de ordening
van Melchizedek
Hebreeën 5:6
Hier citeert de schrijver uit de
Psalmen. Psalm 110:4b zegt dit
en blijkt het over de Zoon, de
Messias Jezus te gaan.
Hij kon niet gewoon priester
zijn, zoals gebruikelijk in Israël.
Dat was via de stam Levi en het
nageslacht van Aäron bepaald.
De Heer Jezus kwam uit Juda,
de lijn via David, Mattheüs 1 is
daarover duidelijk.
Deze Melchizedek was het, die
Abram ontmoette na zijn zege
op de koningen onder leiding
van Kedor-Laomer. En bracht
brood en wijn; en refereert in
wezen aan de opstanding uit
de dood. Beide spreken immers
van leven; en de Heer is het
Brood van het Leven en Hij is
de ware Wijnstok.