De Heer geeft ons onderwijs dat
wij ons geen zorgen hoeven maken.
Zowel in de ‘bergrede’ als via Zijn
apostel Paulus.
Naluisteren: HIER
Presentatie: HIER
Woord vandaag
God plaatst ons níet tot
verontwaardiging, maar tot
toeëigening van redding door
onze Heer Jezus Christus
1 Thessalonicenzen 5:9
Paulus noemt, geleid door
heilige geest, in één adem
verontwaardiging + redding.
Wat geldt ons wel: redding,
en niet: verontwaardiging.
Wie plaatst ons zo? God, de
Vader van onze Heer.
Wie is het reddingsmiddel:
onze Heer Jezus Christus.
Dat kan niet beter!
We lezen in één vers over
Gods verontwaardiging en
Zijn redding. Misschien kan
het zijn, dat er niet veel tijd
tussen onze uitredding en
Gods verontwaardiging zit.
We weten het niet; wat wij
wel weten, is wat de Heer
tegen Zijn discipelen zei,
toen zij vroegen naar wat
zich afspeelt aan het einde
van deze (boze) eon.
In Zijn 2e bergrede spreekt
Hij daar dan uitvoerig over,
zie Mattheüs 24 en 25.
30 misverstanden


Zeer goed en toegankelijk geschreven overzicht.
De belangrijkste misverstanden op een rij, feiten
over Israëls recente geschiedenis zijn vaak niet
goed bekend.
Gratis bestellen: gorterd@protonmail.com
Woord vandaag
Maar wij, die van de dag zijn,
zijn nuchter, aandoend het
pantser van geloof en liefde
en als helm de verwachting
van redding
1 Thessalonicenzen 5:8
Wij zijn van de dag, het licht
van God(s woord) schijnt in
ons leven. Door Zijn geest is
het, dat wij in Zijn spoor wan-
delen. Geloof werkt als een
pantser; al wat op ons wordt
afgevuurd kan ons niet echt
raken. Steeds vertrouwend
op wat God aangeeft leven
wij. Vijandschap is duidelijk
aanwezig overal; tegen God,
Zijn Christus, Zijn woord.
Die beantwoorden wij met
Gods liefde; ook dat werkt,
samen met geloof, als was
het een harnas. Ons denken
wordt bewaard (helm); geen
angst voor de toekomst. Wij
verwachten immers redding.
Als Hij, onze Heer, komt, zal
Hij als Redder ons bergen uit
de verontwaardiging die dan
in aantocht is (1Thes.1:10).
Dat is bij Gods bazuin, in een
woord van de Heer ons aan-
gezegd (1Thes.4:15-17).
Woord vandaag
Hoeveel slechter straf, schijnt
u het, zal hij waard geacht
worden die de Zoon van God
vertreden heeft en het bloed
van het verbond vervuild acht
waardoor hij geheiligd was,
en de geest van de genade
geschonden heeft?
Hebreeën 10:29
Alsnog ongeloof bij hen die
het woord van het koninkrijk
gehoord hadden. Dat was zo,
en in deze brief lazen wij dat
in de hoofdstukken 2:1-4; 3;
4; 6:1-6. In onze dagtekst zijn
3 getuigen (zie 10:28) het, die
tegen de teruggevallen zonen
van Israël (en proselieten)
spreken. Genoemd worden:
de Zoon van God, het bloed
van het (nieuwe) verbond en
de geest van de genade. Zó
ernstig is hun ongeloof ten
opzichte van het woord van
God. Zij hebben geen deel
meer aan het koninkrijk en
missen eonisch leven in de
komende eonen. Afval van
de heiligen bij Israël! Uiterst
tragisch en ernstig, en wel
zó, dat deze uitvoerige brief
eraan gewijd is. De schrijver
laat grote heerlijkheden van
de Zoon van God, Jezus, zien.
Zijn hoge plaats, aan Gods
rechterhand, is er een van
de hoogste heerlijkheid. De
Hebreeën die twijfelden, of
al wat ongelovig geworden
waren, zouden mogelijk nog
tot inkeer kunnen komen.
Daarom schreef hij: verhard
jullie harten niet, maar kom
in de rust, geloof God!