Christus komt naar voren in de Psalmen,
Hij is het, Die wij teruglezen in de woorden
van David. Ook ons spreken zij aan, die
woorden. Somberheid, ontmoediging, wie
kent zulke zielbewegingen niet?
Naluisteren: HIER
Christus & Psalm 42,43
Woord vandaag
net zoals jullie weten hoe wij
eenieder van jullie, als een
vader zijn kinderen, aanspreken
en bemoedigen
1 Thessalonicenzen 2:11
De medewerkers en Paulus; zij
wisten hoe zij in genade al de
gelovigen konden aanspreken.
Dat is letterlijk: langsbij-roepen
en kan vertroostend of anders
terechtwijzend zijn. Ook is dat
een liefdevol aanmoedigen.
Zo, te midden van de heiligen,
was hun inzet als waren zij een
vader voor hen.
Als ‘afspiegeling’ van de God en
Vader van Christus. Vader roept
ons erbij; Zijn genade is genoeg
in de omstandigheden waar wij
ons in bevinden.
Wij zijn vaak nog kinderen als
het om God gaat; Hij, de al-wijze
Vader, Die precies weet wat u, jij
en ik nodig hebben.
Woord vandaag
Jullie zijn getuigen, en God,
hoe goedgunstig en rechtvaardig
en onberispelijk, barmhartig
wij geworden waren voor jullie
die geloven
1 Thessalonicenzen 2:10
Paulus en zijn medearbeiders;
zij waren onberispelijk.
Natuurlijk waren zij niet fout-
loos, maar toch onberispelijk.
Zij waren zo bezig dat er zowel
‘binnen’ als ‘buiten’ niemand
iets kon zeggen van de manier
waarop zij bezig waren.
Integriteit, barmhartig zijn; het
lijkt zo eenvoudig, maar vraagt
een nauwgezette wandel. Die
zou vooral tot eer van Christus
Jezus zijn. Mensen zullen dan
zien, hoe uiterst gepast Paulus
en medewerkers bezig waren.
De liefde van Christus drong
hen om zo bezig te zijn, niet
eigen eer zoekend, maar alles
te doen wat naar Zijn wil is in
deze tijd van overstromende
genade.
Woord vandaag
in staat gematigd mee te
voelen met de onwetenden
en dwalenden, daar híj ook
omgeven is met zwakheid
Hebreeën 5:2
Een hogepriester had een
belangrijke functie in Israël.
Maar, het was ook een mens,
net als alle anderen. Hoewel
bijzonder, en vertrouwd met
de onderwijzing van Jahweh,
was deze ook met zwakheid
omgeven. Juist daardoor kon
de hogepriester alle begrip
opbrengen. Zowel priesters
als het volk in het algemeen;
hij droeg ze – als het goed is –
op zijn hart. Net als de twaalf
(edel)stenen, die de twaalf
stammen voorstellen.
De onwetenden, dwalenden;
hij kon met zekere mildheid
naar hen omzien, ze biddend
bij Jahweh, de troon van de
barmhartigheid, brengen.
Zo kon de hogepriester in
dubbele zin middelaar zijn
tussen Jahweh en zijn volk.
Wat een prachtig type van
onze Heer Christus Jezus!