En dezen, inderdaad, meer zijn
priesters geworden, omdat de
dood hen belette te blijven
Hebreeën 7:23
Dit is de gedachte die eerder
opkwam; de Ene Priester, de
Heer Jezus, is blijvend. Onder
het oude verbond waren de
priesters tijdelijk, stervend.
De opgestane Heer is dat niet;
daarom is Hij blijvend, voor
de tijd die Vader bepaalde
dat Hij Priester én Koning zal
zijn als Melchizedek.
Wezenlijk is daarbij, dat Hij
Zelf ook geslacht is, zoals de
offerdieren. Hij is nu onsterfelijk
en dus wél blijvend.
Hoe sterk is het contrast
tussen het verdwijnende van
het oude en het blijvende
karakter van het nieuwe!
Paulus geeft dat krachtig aan
in 2 Korinthiërs 2 en 3. Hoe
vreemd is het dan, dat vele
oprechte gelovigen in feite
nog onder het oude leven,
terwijl zij in Christus al een
nieuwe schepping zijn!
in zoveel ook Jezus Beschermer
is geworden van een beter
verbond
Hebreeën 7:22
Opnieuw het betere wat Hij,
de Heer Jezus, bracht. Later zal
de schrijver uitvoerig spreken
over het nieuwe verbond.
Opvallend is het woord beter
hier. Natuurlijk komen aspecten
voor Israël van het nieuwe in
contrast met het oude naar
voren. Aäron en Mozes zijn de
vertegenwoordigers daarvan.
Maar de Heer is beter dan deze
twee ‘groten’ uit Israël.
Het geestelijke, op-hemelse is
naar voren gekomen. Dat zal in
het vervolg nog duidelijker zijn.
Het wijst in de richting van wat
Paulus in zijn brieven meldt. En
dat is meer dan wat in deze -op
zich al heel bijzondere- brief in
zoveel woorden gezegd wordt.
De Heer is Beschermer (in oude
vertalingen: ‘Borg’) van betere
‘dingen’; hier: verbond. Daar zit
de eedzwering van Zijn Vader
aan vast. In de nabije toekomst
zal blijken hoe heerlijk dat is!
De Heer zweert en het zal
Hem niet berouwen; U bent
Priester voor de eon naar
de orde van Melchizedek
Hebreeën 7:21b
Hier citeert de schrijver, net
als in vers 17, Psalm 110:4.
Ook die Psalm blijkt Christus
als onderwerp te hebben.
Wat het vers laat zien, is dat
Hij die bijzondere functie van
Priester zal innemen tijdens
de 1000 jaar. Niet eeuwig in
de zin van eindeloos. Als dat
zo zou zijn, dan zou Hij Zijn
werk als Middelaar nooit af
kunnen ronden.
Het is in die 1000 jaar voor
(een deel van de) mensheid
een toegroeien naar grotere
heerlijkheid; daarom is de
Priesterfunctie tijdelijk, per
definitie. De nieuwe aarde
en de nieuwe hemelen gaan
komen, waarvoor de huidige
oude schepping plaats moet
maken. Wat een uitzicht voor
Israël en de volkeren!
Op 17 mei 2026 sprak Hans van der Kleij
in St. Philipsland over een zaadje planten
wat alles te maken heeft met het Woord.
De tegenstander bestrijdt met diens tactieken
en technieken het woord van God.
Naluisteren: deel A en deel B
en voor zo ver het niet zonder
eed zweren was (want zij zijn
inderdaad zonder eed zweren
priesters geworden Hij echter
met het zweren van een eed
door Degene Dietegen Hem
zegt:
Hebreeën 7:20,21a
Dat God met een eed zwoer
bij Hem Die Hogepriester zou
zijn, zegt veel. Bij de belofte
aan Abram was dat zo. God
heeft ook gezworen, dat voor
Hem elke knie zal buigen en
elke tong Hem zal loven,
Jesaja 45:23. In Psalm 110,
waar de schrijver naar wijst,
zwoer Jahweh ook. Hij kon
niet zweren bij een hogere,
want Hij is Zelf de Hoogste
van allen. Het is dan ook
een uiterst belangrijke fase,
de 1000 jaar waarin Hij Zijn
zijn volk en de natiën nader
inzicht zal geven.
Zijn Zoon, is hét onderwerp
in Gods woord. Vanaf 1:1
is de Hebreeënschrijver
bezig de Zoon centraal te
stellen. Want in Hem, door
Hem en tot Hem is immers
het al geschapen!
En die unieke Zoon is dan
-met een eed- aangesteld
als veel hogere Priester
dan alle voorgaande die
in Israël functioneerden.
Copyright © All rights reserved.