die, door model en schaduw
de goddelijke dienst van de
ophemelsen uitvoeren, zoals
Mozes in kennis gesteld is
toen hij op het punt stond
de tent te voltooien.
Want zie, Hij verklaart:
‘Jij zal alles maken naar het
voorbeeld dat jou getoond
is op de berg’
Hebreeën 8:5
Ook in hoofdstuk 9 wordt nog
over de goddelijke dienst van
de ophemelsen gesproken. Dan
kan een en ander nog verder
aan de orde komen.
In ieder geval zal in Hebreeën
over het bloed van Christus
gezegd worden, dat het beter
dan het bloed van Abel spreekt.
We zagen gisteren hoe Abels
bloed verwondering opgewekt
moet hebben bij ophemelsen.
Dat was voor hen iets nieuws,
terwijl het Lam, en, zo mogen
wij geloven uit 1 Petrus 1:19,20,
ook het bloed van dat Lam, al
tevoren gekend was, vóór de
nederwerping van de wereld.
Dat heeft alles te maken met
de zonde, die door de satan
(Gods schepsel) in de wereld
(kosmos: systeem) kwam. Bij
de Vader en de Zoon was dat
bloed al tevoren gekend. Het
herstel was in het voornemen
van God al bekend vóórdat de
zonde de lelijke kop opstak!
En in de eerste eon betrof dat
alleen de geestenwereld. Toen
bestond vermoedelijk al een
goddelijke dienst zoals die in
onze dagtekst genoemd wordt.
In die dienst ontbrak wat het
belangrijkste is: Christus’ bloed.