Bestellen? gorterd@protonmail.com
Woord vandaag
omdat wij naar jullie toe
wilden komen – inderdaad ik,
Paulus, ook eenmaal, ja
tweemaal – en de satan
hinderde ons
1 Thessalonicenzen 2:18
Het diepe verlangen van de
apostel naar zijn geliefde
medegelovigen spreekt zo
nadrukkelijk uit deze verzen.
Hij keek naar ze in Christus,
en kende ze niet naar het
vlees. De geestelijke band in
Christus is nu eenmaal veel
sterker dan een bloedband.
Daarom wilde de apostel in
een zekere fase toch graag
die enthousiaste gelovigen
in Thessaloniki bezoeken.
De tegenstander gooide roet
in het eten, op welke manier
dat gebeurde, is niet uit de
brief duidelijk. Het is steeds
nodig, alert en waakzaam te
zijn, de tegenwerker zit niet
stil en zal alles eraan doen
om het doorgaande Woord
te verhinderen.
Woord vandaag
Wíj echter, broeders, van jullie
beroofd voor de periode van
een uur – van aangezicht, niet
van hart – beijverden ons des
te meer, met veel begeerte,
om jullie aangezicht te zien
1 Thessalonicenzen 2:17
Dit is wat het voortdurende
gebed voor mede-gelovigen
oplevert. Een verlangen elkaar
te zien, te ontmoeten. Zonder
het woord van de Heer is dat
echter onmogelijk. Waar de
gelovigen van het lichaam van
Christus elkaar ontmoeten, is
dat woord in hun middende
focus. Daarop gericht, daaruit
levend, zó trekken we op met
elkaar. Je kunt elkaar door de
omstandigheden soms lange
tijd niet zien, maar in het hart
ben je verbonden, altijd met
de Heer en zo met elkaar.
Het is een mooi voorbeeld, te
lezen hoe Paulus verbonden
was, geestelijk gezien, met de
gelovigen.
Woord vandaag
en de uitstekende uitspraak
van God en de krachten
van de op handen zijnde
eon geproefd hebben
Hebreeën 6:5
Dit gaat nog steeds over hen
die sinds pinksteren door de
Heer in het evangelie van het
koninkrijk gered werden.
Er waren meer en meer die
twijfelden en wegvielen uit
het geloof. Over hen schrijft
Hebreeën nu. Zij hadden het
uitstekende woord van God
geproefd. Ook de krachten
van de eon die op het punt
stond aan te breken, ook die
hadden zij geproefd.
Maar er was ook toen het
nodige kaf onder het koren.
In Handelingen 8 Simon de
tovenaar, in Handelingen 13
Elymas de tovenaar, en zo
waren er meer. In de periode
dat het koninkrijk echt gaat
aanbreken zal de Heer tegen
bedrieglijke werkers en de
nep-gelovigen zeggen, dat
Hij hen nooit kende, zoals
Mattheüs 7:22,23 zegt.