De presentatie kan nog niet getoond, er
is een technische storing bij slideshare.net
Paulus spreekt de oudsten en opzieners
van Efeze toe. Een ontroerend moment
waarin hij zeer ernstig spreekt. Het is niet
slechts een historisch verslag; ook nu
nog wezenlijk voor ons als gelovigen.
Naluisteren: deel A en deel B
Woord vandaag
daar Hij dan vaak moest lijden
vanaf de nederwerping van de
wereld, thans echter, eenmaal,
op de afsluiting van de eonen,
tot afwijzing van de zonde
door Zijn offer, is Hij openbaar
gemaakt
Hebreeën 9:26
De vreugde die doorklinkt is
dat Hij, de Messias Jezus, nu
openbaar is gemaakt. En het
middel om Gods plan tot een
goed einde te brengen komt
naar voren: tot afwijzing van
de zonde door Zijn offer. Zijn
dood als het Lam was voor de
zonen van Israël het middel
van Jahweh om de zonde van
de wereld weg te nemen, in
Johannes 1:29 klinkt dat. Deze
brief maakt melding van het
kruis in 12;2, daar is prediking
van Paulus af te lezen.
Misschien was Barnabas wel
de schrijver van Hebreeën. In
elk geval trok hij langere tijd
met Paulus op.
Hoe dan ook, het is geweldig
wat hier klinkt. Het offer van
Christus is voldoende om alle
zonde(n) weg te nemen!
Woord vandaag
daar Hij dan vaak moest lijden
vanaf de nederwerping van de
wereld, thans echter, eenmaal,
op de afsluiting van de eonen,
tot afwijzing van de zonde
door Zijn offer, is Hij openbaar
gemaakt
Hebreeën 9:26
Een hoogtepunt in deze brief.
Scherp tegenover het herhalen
van offers, zowel dagelijks als
jaarlijks, klinkt dit. Christus’
offer was éénmalig afdoende.
Als Zijn offer niet afdoende was,
dan had Hij vaak moeten lijden,
eventueel jaarlijks. Zelfs vanaf
de nederwerping van de wereld.
We zien hier het verband van
(het offer voor) de zonde en de
nederwerping van de wereld.
Velen lezen dan: de aarde en
de hemelen. Wereld is kosmos
in het Grieks, in de basis is de
betekenis: systeem.
Het gericht kwam op de zonde
die via de tegenstander in het
systeem was gekomen, rebellie
in de geestenwereld was het
akelige gevolg. Het ging satan
om de omverwerping van het
systeem. Daarop kwam Gods
gericht. Onmiskenbaar zijn de
gevolgen in Genesis 1:2 in de
duidelijke bewoordingen om-
schreven. ‘De wereld die toen
was’ (2Pet.3:6), was onder
water gelopen. God is de God
van herstel en Zijn herstelwerk
is in Genesis 1:3-2:4 vermeld.
Woord vandaag
Ook niet opdat Hij Zichzelf
vaak zou brengen, evenals de
hogepriester binnenkomt in
de heiligen van de heiligen,
jaarlijks, met het bloed van
anderen
Hebreeën 9:25
De schrijver vergelijkt verder
de aardse situatie met wat in
het ophemelse is. Christus is
in het ware heiligdom boven
binnengegaan als Getuige
dat Zijn werk voltooid was,
Zijn eigen bloed gevloeid had.
In tegenstelling was daar de
aardse hogepriester die elk
jaar met bloed van stieren
en bokken kwam; het bloed
van anderen. Het bloed was
het getuigenis van de dood
van het offerdier. Het bloed
van Christus getuigt van Zijn
dood én Zijn lijden.
Zijn werk was éénmalig en
volkomen. Eens voor altijd,
de zonde(n) was (waren) weg.
Wat een evangelie, het gaat
om Zijn dood, Zijn bloed, en
dat was in één keer afdoende
opdat uiteindelijk allen in de
Christus’ heerlijkheid delen.
Woord vandaag
Want Christus is niet binnen-
gekomen in met handen
gemaakte heilige plaatsen,
tegenbeelden van de
waarachtige, maar in de
hemel zelf, om nu openbaar
gemaakt te worden voor het
aangezicht van God, voor ons
Hebreeën 9:24
Dit moet iets heel bijzonders
geweest zijn voor de Heer in
Zijn levendmaking. Wanneer
Openbaring 4 en 5 meldt, dat
Hij centraal is en vereerd als
het ware Lam(metje), dan is
er iets voor te stellen bij wat
Hebreeën hier beschrijft. Hij
is daar, voor het aangezicht
van God, te midden van alle
hemelse machten waar Hij
boven geplaatst is. En Hij is
het die opkomt voor Zijn
heiligen. Hebreeën zegt dat
Hij dat als de Hogepriester
doet. In Romeinen 8 als de
Pleiter voor Zijn leden, het
lichaam. In het ophemelse is
dus een heiligdom, waarvan
de contouren in de aardse
tabernakel zichtbaar waren.
Het is mogelijk, dat wij als de
leden van Zijn geestelijk
lichaam dat straks te zien
krijgen, nadat wij weggerukt
zijn bij de bazuin van God.