Woord vandaag
waarin God, bedoelend
overvloeiender aan de
lotdeelbezitters van de
belofte het onwrikbare
van Zijn raad ten toon
te spreiden, Middelaar
zijnde met een eed
Hebreeën 6:17
Opnieuw maakt de schrijver
van Hebreeën zijn betoog
sterker, geleid door heilige
geest. De eed die God aan
Abraham zwoer bekrachtigt
het zozeer, dat geen enkele
twijfel mogelijk is. Abraham
was zelfs lotdeelbezitter van
de wereld; Israël heeft zeer
zeker een van God beloofd
lotdeel. Het koninkrijk zal in
in handen zijn van het volk
van heiligen, naar Daniël 2
en 7. Het onwrikbare in de
raad van God wordt door de
apostel Paulus uitgewerkt
en in Efeziërs stelt hij vast:
de uitgeroepen gemeente
die het lichaam van Christus
is, heeft zelfs lottoedeling
te midden van de hemelsen.
Brieven van Paulus concordant vertaald cv-da-ath.nl
Bestellen? gorterd@protonmail.com
Woord vandaag
Want mensen zweren bij iets
groters, en voor hen is het
einde van iedere tegenspraak
tot bevestiging: de eed
Hebreeën 6:16
De eed is onder de mensen
al een zware bevestiging, die
alle tegenspraak het zwijgen
oplegt. Soms zweren mensen
zelfs op de Bijbel; dat is nogal
wat. De schrijver benadrukt
het belang van de belofte die
God zwoer met een eed aan
Abram. En daarmee aan zijn
zaad: Isaäk, Jakob en al zijn
zonen. Het draait in wezen
om Messias Jezus Christus,
hét beloofde Zaad (Gal.3:16).
Hij kwam, naar het vlees, uit
Israël voort, Zoon van David,
Zoon van Abraham (Matt.1).
De belofte aan Abraham is
vast. Zelfs de Thora (wet) die
erbij in kwam, schakelde die
belofte(n) niet uit. Zo zouden
de Israëlitische gelovigen in
de Handelingentijd op God,
Die garant staat voor de
vervulling van de beloften,
vertrouwen.