Daarom, verlaten wij het
woord van het begin van
de Christus, opdat wij tot
de rijpheid gebracht
worden (niet weer het
fundament neerwerpend:
van bekering van dode
werken en geloof in God
Hebreeën 6:1
Tweede is: geloof in (op) God.
Lees Tenach; men vertrouwde
op Jahweh, althans sommigen
binnen Israël. Incidenteel lees
je van iemand uit een ander
volk die heil zocht bij de God
van Israël. Dat is elementair,
en men leerde al van jongs af
dé belijdenis, dat Jahweh hun
Elohim één is, de ENE is.
Het vertrouwen op Hem, dat
was de basis. Nochtans vielen
velen in de wildernis: geen of
weinig vertrouwen in Hem,
zoals te lezen in Hebreeën 3
en 4. Op God bouwen, heel
je leven in Zijn hand weten;
in Israël was een beweging
op gang gekomen sedert de
inzet van de apostelen vanaf
Pinksteren (Han.2).
In alle fasen van Gods plan
geldt: vertrouw God en Zijn
zegen zul je ervaren.