Wij zouden dan met vrijmoedig-
heid komen tot de troon van de
genade, opdat wij barmhartig-
heid zouden ontvangen en
genade zouden vinden voor de
hulp op het gelegen (moment).
Hebreeën 4:16
Kom tot de troon van genade:
dat is gebed en dank. Paulus is
het, die in zijn brieven steeds
bezig is met en in gebed. Zoals
Efeziërs 1, dat begint met lof en
dankgebed. Ook Efeziërs 3, dat
is een gebed dat onderbroken
wordt vanaf 3:1, maar in 3:14
vol wordt voortgezet.
Die brief ademt als geen ander
de overstromende genade van
God. De schrijver van deze brief
aan de Hebreeën wijst ook die
weg: naar God en Zijn genade.
De hulp die God geeft, is altijd
op tijd en datgene wat nodig
is. Vanuit Gods oogpunt gezien,
dat wel. De genade in lastige
omstandigheden is anders dan
wij vermoeden; de uitkomst
die Hij geeft, is precies goed.