Indien Hij dan inderdaad op
aarde was, zou Hij zelfs geen
priester zijn, daar zijn zij die
de naderingsgeschenken
brengen overeenkomstig de
wet Hebreeën 8:4
De Heer Jezus kon niet priester
zijn omdat hij uit Juda was en
priesters waren uit Levi.
Op aarde was Zijn missie wel
voor de verloren schapen van
het huis van Israël, maar geen
(hoge)priesterschap. Hij werd
zelfs door toedoen van Kajafas
veroordeeld tot de dood. Hij
kwam om de zoeken en te
redden wat verloren was. En
ogenschijnlijk leed Hij de grote
nederlaag, Hij was echter Zelf
het grote Offer. Dat werd wel
door Israël als priestervolk van
Jahweh gebracht. Hij werd als
hét grote Naderingsgeschenk
(qorban (Hb.), doron (Gr.)) op
exact de juiste datum en tijd
gebracht. In feite was het God
Zelf, volgens Efe.2:8, waar het
ook waarschijnlijk Zijn geloof
(van Christus) is, dat centraal
staat.
Want iedere hogepriester
wordt ingezet voor het
brengen van zowel
naderingsgeschenken als
offers. Daarom ook voor
Deze de noodzaak iets te
hebben dat Hij er naartoe
zou dragen
Hebreeën 8:3
De Heer Jezus Christus is de
ware Hogepriester naar de
orde van Melchizedek. Dat
heeft de schrijver uitvoerig
gemeld. Alle hogepriesters
van het oude verbond waren
zwakke voorafschaduwingen.
Hij Die komen zou bracht
‘iets’. Dat is wel erg mager
gezegd over het grote Offer
dat Hij Zelf bracht: Zichzelf.
De noodzaak daarvoor was
dringend aanwezig, Hij kwam
dan ook in het complement
van de tijd (Gal.4:4), op het
juiste moment. Paulus zegt
daarover veel in Romeinen 3.
Want iedere hogepriester
wordt ingezet voor het
brengen van zowel
naderingsgeschenken als
offers. Daarom ook voor
Deze de noodzaak iets te
hebben dat Hij er naartoe
zou dragen
Hebreeën 8:3
De schrijver verwijst naar de
Thora, waarin voorgeschreven
is wat de hogepriester doet.
In elk geval kon de Israëliet
offers en qorban (naderings-
geschenken) brengen. Het ene
was verplicht; het andere was
vrijwillig.
Hogepriesters werden ingezet,
jaarlijks, op grote verzoendag
(Jom Kipoer), met het bloed
van een bokje bij de ark van
het verbond te komen in het
allerheiligste van tabernakel
en tempel. Waarom? Om het
bloed te sprenkelen op het
deksel van bescherming. Toch
was dat alles tijdelijk; offers en
hogepriesterschap wierpen de
schaduw vooruit naar de komst
van de grote Hogepriester. Die
is echter van andere orde.
Die moest ook ‘iets’ hebben om
naar God toe te brengen.
Het schaduwbeeld van de oude
situatie was door God ingesteld.
Het volle Licht, Degene waar het
in werkelijkheid om ging, moest
nog komen.
een Bedienaar van de heilige
plaatsen en de waarachtige
tent, die de Heer opgeslagen
heeft, en niet een mens
Hebreeën 8:2
Nadat in vers 1 in de hemelen
klonk, wordt Christus nu als
de Bedienaar aangemerkt. De
speciale functie die direct te
maken heeft met Zijn positie
als Hogepriester. Dat is Hij nu
niet op aarde, dat duurt nog
even. De heilige plaatsen en
de waarachtige tent moet
verwijzen naar de tabernakel,
het heilige en het heilige van
de heiligen. Het gaat dan om
iets bijzonders. De Heer heeft
deze opgeslagen, en opdat wij
niet denken aan mensenwerk:
en niet een mens. Wat heeft de
schrijver – door de heilige geest
geleid – dan bedoeld? Mozes
had de tabernakel laten
opbouwen naar het voorbeeld
dat hem op de berg getoond
was. De hemelse tabernakel, en
dat is een die de Heer Zelf had
gemaakt en opgezet.
Dat was en is verkondiging van
de hemelse ‘dingen’.
Paulus spreekt in het evangelie van God
aangaande Zijn Zoon Jezus Christus
over de rechtvaardigheid van God die
daarin onthuld wordt. Dat was revolutionair
in zijn dagen. Naluisteren: HIER
Copyright © All rights reserved.