Los van alle tegenspraak
echter, is de mindere
gezegend door de betere
Hebreeën 7:7
De begunstiging (zegen) zal
altijd van de betere naar de
mindere gaan. Dit principe
geldt bij de eerstgeborene;
die krijgt de vaderlijke zegen.
In Genesis lees je van tijd tot
tijd, dat niet de eerstgeboren
zoon de zegen krijgt. Izaäk,
Jakob, Juda, Efraïm; dat zijn
sprekende voorbeelden.
Natuurlijk komt alle zegen
van God, alles is uit Hem.
Dit is weer zo’n waarheid in
de Schrift, geen tegenspraak
(Grieks: antilogia = in plaats
van spreking) duldt.
Indien wij voor anderen ‘tot
zegen’ kunnen zijn, dan is
dat uit God. Gods geest die
in ons werkt, zorgt ervoor,
dat wij geduldig, barmhartig
en zachtmoedig kunnen zijn.