Wíj echter, broeders, van jullie
beroofd voor de periode van
een uur – van aangezicht, niet
van hart – beijverden ons des
te meer, met veel begeerte,
om jullie aangezicht te zien
1 Thessalonicenzen 2:17
Dit is wat het voortdurende
gebed voor mede-gelovigen
oplevert. Een verlangen elkaar
te zien, te ontmoeten. Zonder
het woord van de Heer is dat
echter onmogelijk. Waar de
gelovigen van het lichaam van
Christus elkaar ontmoeten, is
dat woord in hun middende
focus. Daarop gericht, daaruit
levend, zó trekken we op met
elkaar. Je kunt elkaar door de
omstandigheden soms lange
tijd niet zien, maar in het hart
ben je verbonden, altijd met
de Heer en zo met elkaar.
Het is een mooi voorbeeld, te
lezen hoe Paulus verbonden
was, geestelijk gezien, met de
gelovigen.