omdat wij naar jullie toe
wilden komen – inderdaad ik,
Paulus, ook eenmaal, ja
tweemaal – en de satan
hinderde ons
1 Thessalonicenzen 2:18
Het diepe verlangen van de
apostel naar zijn geliefde
medegelovigen spreekt zo
nadrukkelijk uit deze verzen.
Hij keek naar ze in Christus,
en kende ze niet naar het
vlees. De geestelijke band in
Christus is nu eenmaal veel
sterker dan een bloedband.
Daarom wilde de apostel in
een zekere fase toch graag
die enthousiaste gelovigen
in Thessaloniki bezoeken.
De tegenstander gooide roet
in het eten, op welke manier
dat gebeurde, is niet uit de
brief duidelijk. Het is steeds
nodig, alert en waakzaam te
zijn, de tegenwerker zit niet
stil en zal alles eraan doen
om het doorgaande Woord
te verhinderen.