Voor de gerijpten echter is
de vaste voeding, voor hen
die vanwege de gewenning
de zintuigen geoefend
hebben voor onderscheiding
van zowel het uitstekende als
het kwade
Hebreeën 5:14
Gerijpt is tegengesteld aan
onmondig in vers 13.
Gerijpten zijn beproefd in
het geloof. Gerijpten zijn
het, die door inwerking
van de woorden van God
(4:12!) geestelijk gegroeid
zijn. Dat is: stabiel zijn in de
wandel, het gedrag.
Gerijpten leerden in lijden
en verdrukkingen alleen op
God, de Vader te vertrouwen.
Door de volharding die dat
uitwerkte, zien zij op naar
Hem, twijfelen niet aan Zijn
liefde in alle dingen.
In vaste verwachting levend,
diep ervan overtuigd, dat
God het is, Die alles bewerkt
in overeenstemming met de
raad van Zijn wil. Beseffend,
dat positief én negatief er
moet zijn en meewerkt tot
wat God goed acht.