Want levend is het woord van
God, en werkzaam en scherper
dan ieder tweesnijdend zwaard,
en dringt door tot verdeling
van ziel en geest, van zowel
verbindingen als merg, en is
een scheidsman van de
overleggingen en gedachten
van het hart.
Hebreeën 4:12
Gods woorden zijn scherp als
een tweesnijdend vlijmscherp
zwaard. Ze dringen door in de
mens en laten zien wat ziels
en wat geestelijk is.
Met name in de brieven van
Paulus komen deze aspecten
naar voren. De ziel: de mens
in emoties, gevoelens, eigen
willen, denken. De geest is
het, die in de mens door het
woord van God aandringt op
leven naar en uit geloof.
Dat is vertrouwen op wat God
doet, aanwijst, niet op wat je
voelt. Het ‘niet mijn wil’ is de
echo in het leven van gelovigen.
Soms is het moeilijk te zien of
een gelovige geestelijk of ziels
ingesteld is. Ook dat kan alleen
door de toets van Gods woord onderscheiden worden.
Zo’n verschil is te zien bij Israël
in de wildernis. Murmureren,
mopperen; het is ziels. En het
tevreden zijn met het manna
en de kwakkels, wat God aan
voedsel geeft: geloof, naar de
geest van God. Voorbeelden
zijn Mozes en Jozua.