want een verbond wordt door
de dood bevestigd, daar het
immers niet van kracht is
wanneer het verbondsoffer
leeft
Hebreeën 9:17
Twee partijen moesten zich
houden aan een verbond. Als
bekrachtiging werd een dier
(of meerdere) gedood. Dan
was de gedachte: ‘als één
van beide partijen zich niet
aan de voorwaarden ervan
houdt, dan zal die partij de
dood vinden’. Als het offer-
dier niet geslacht was, was
er geen geldig verbond. De
dood van het dier (dieren)
was absolute voorwaarde
tot bekrachtiging. Zo is het
bij het nieuwe verbond. De
Heer Jezus zei, dat de beker
die Hij hief bij Zijn laatste
maaltijd met Zijn discipelen
het nieuwe verbond in Zijn
bloed is. Daarmee moest
voor hen duidelijk worden,
dat Hij Zelf verbondsoffer
zou zijn!