Bestellen? gorterd@protonmail.com
Woord vandaag
Want de aarde, die de regen
die er vaak op komt, drinkt, en
gepaste kruiden voortbrengt
voor hen door wie ze ook
bebouwd wordt, neemt
deel aan de zegen van God
Hebreeën 6:7
Een vergelijking met de aarde.
De gelovigen waren ook zo; zij
dronken van heilige geest het
ideale woord van God. En zij
dragen dan normaal gesproken
vrucht. Wij zien dat elk jaar in
de natuur. Het groene komt op,
gaat bloeien en draagt vrucht.
De bebouwers zijn dan hier de
apostelen van de besnijdenis
en hun medewerkers die ook
mochten ‘begieten’.
Kruiden zijn vrijwel altijd op
een of andere manier goed
voor de mens. De kennis over
en de ervaringen met allerlei
kruiden is ondergesneeuwd
geraakt. Dat geldt ook voor de
kennis van het woord van het
koninkrijk. Degenen die dat in
hun teleurstelling niet langer
volgden, vielen weg, hadden
geen verwachting meer. Hen
wachtte niet langer de zegen,
maar het gericht van God.
Woord vandaag
en ernaast vallen, om ze weer
te vernieuwen tot berouw,
voor zichzelf opnieuw de
Zoon van God kruisigend
en Hem te schande makend
Hebreeën 6:6
Zij die ‘ernaast vallen’, zijn
het, die vanaf vers 4 in beeld
zijn. Uitblijven van de Messias
en dus het aardse koninkrijk
leidde tot ongeloof.
Zij ‘deden dan nergens meer
aan’. Anderen keerden terug
tot de tradities waar zij uit
kwamen. Hoe dan ook; men
‘viel ernaast’ wat betreft het
eonisch leven in de komende
eonen (1000 jaar en nieuwe
aarde). Opnieuw berouw?
Dan zouden zij als het ware
hun Redder -voor zichzelf-
opnieuw kruisigen en weer
te schande maken. Dat nu,
is onmogelijk. In deze lijn,
toen, naar het koninkrijk op
aarde, was er ‘afval van de
heiligen’ mogelijk.
Heel anders is het in deze
tijd van overstromende en
heerlijke genade. Er is geen
veroordeling voor hen, die
in Christus Jezus zijn. Wij
allen zijn verzegeld met de
geest van de belofte, de
heilige. Vader, dank U wel.
Woord vandaag
omdat wij naar jullie toe
wilden komen – inderdaad ik,
Paulus, ook eenmaal, ja
tweemaal – en de satan
hinderde ons
1 Thessalonicenzen 2:18
Het diepe verlangen van de
apostel naar zijn geliefde
medegelovigen spreekt zo
nadrukkelijk uit deze verzen.
Hij keek naar ze in Christus,
en kende ze niet naar het
vlees. De geestelijke band in
Christus is nu eenmaal veel
sterker dan een bloedband.
Daarom wilde de apostel in
een zekere fase toch graag
die enthousiaste gelovigen
in Thessaloniki bezoeken.
De tegenstander gooide roet
in het eten, op welke manier
dat gebeurde, is niet uit de
brief duidelijk. Het is steeds
nodig, alert en waakzaam te
zijn, de tegenwerker zit niet
stil en zal alles eraan doen
om het doorgaande Woord
te verhinderen.
Woord vandaag
Wíj echter, broeders, van jullie
beroofd voor de periode van
een uur – van aangezicht, niet
van hart – beijverden ons des
te meer, met veel begeerte,
om jullie aangezicht te zien
1 Thessalonicenzen 2:17
Dit is wat het voortdurende
gebed voor mede-gelovigen
oplevert. Een verlangen elkaar
te zien, te ontmoeten. Zonder
het woord van de Heer is dat
echter onmogelijk. Waar de
gelovigen van het lichaam van
Christus elkaar ontmoeten, is
dat woord in hun middende
focus. Daarop gericht, daaruit
levend, zó trekken we op met
elkaar. Je kunt elkaar door de
omstandigheden soms lange
tijd niet zien, maar in het hart
ben je verbonden, altijd met
de Heer en zo met elkaar.
Het is een mooi voorbeeld, te
lezen hoe Paulus verbonden
was, geestelijk gezien, met de
gelovigen.