Altijd moedig zijnd dan, en
waargenomen hebbend dat
nu wij thuis zijn in het lichaam,
wij buitenshuis zijn, weg van
de Heer
2 Korinthiërs 5:6
Waarom zijn wij bemoedigd
en hebben goede moed?
Omdat wij de waarborg van
de geest van God in ons hart
hebben.
Het ‘dan’ in onze tekst wijst
op het voorgaande deel, dat
spreekt van ons vaste ‘huis’
uit God, eonisch, in de hemel,
vol leven. Dat wacht nu nog,
maar wij hebben zekerheid
door Zijn geest in ons dat wij
dat zúllen ontvangen.
Wij weten dat wij nog in ons
aardse vernederde lichaam
ons thuis hebben. Maar wij
hebben in geloof vastheid en
moed, voor deze en komende
dagen. Vader, dank U wel.
Die ons echter bewerkt voor
ditzelfde is God, Die ons ook
de waarborg van de geest
geeft.
2 Korinthiërs 5:5
Ons toekomstige, ware thuis
heeft 3 kenmerken volgens
dit fijne gedeelte. Het is:
1. onverdiend – uit God
2. blijvend – eonisch
3. vol leven – Gods geest.
En God bewerkt ons voor dit
verlangen. Hij werkt in ons,
doordat wij het stervend zijn
ervaren. Wij zien uit naar Zijn
Zoon. Het bederf versterkt in
ons het verlangen naar wat
onbederfelijk is. In de aardse
toestand nu geeft God ons
een geweldige waarborg: Zijn
geest! Het is een zekerheids-
stelling en aanbetaling van
wat binnenkort in volheid in
ons zal werken. Dat schenkt
ons de zekerheid in geloof.
waarop wij niet ontkleed willen
zijn, maar overkleed, opdat het
stervende opgeslokt wordt
door het leven.
2 Korinthiërs 5:4b
Paulus noemt hier ‘ontkleed’
wat hij in vers ‘naakt’ noemde.
Hier blijkt opnieuw, dat met
deze beeldspraken het sterven
bedoeld wordt. Wij willen, net
als de apostel, ‘overkleed’
worden met ‘het gebouw
uit God’, dat ons deel zal
zijn in de komende eonen.
Het heerlijkheidslichaam is
het, vol leven, vol van Gods
geest. Paulus schrijft: opdat
het stervende opgeslokt
wordt door het leven. En hij
herinnert fijn aan wat hij in
1 Korinthiërs 15:54 schreef.
Opgeslokt werd de dood
in de overwinning.
Want ook wij, die in de tent
zijn, zuchten bezwaard
2 Korinthiërs 5:4a
Ons aardse bestaan is vaak
lastig; druk, tegenslag, zorg,
benauwd. Wij zuchten met
de schepping mee. God, in
Zijn wijsheid en liefde, heeft
zo beschikt. Wij zijn net als
al het andere, aan bederf,
aan vergankelijkheid onder-
geschikt. Ons verblijf hier is
dan ook kortdurend, tijdelijk.
De heerlijkheid van God is
wat wij verwachten.
Dat maakt ons innerlijk zo
anders, wij hebben de schat
in ons aarden vat. Ja, goed
nieuws van de heerlijkheid
van Christus, het beeld van
de onzichtbare God.
Heerlijkheid van God in het evangelie
van Zijn genade. Naluisteren: HIER
Copyright © All rights reserved.