Daar het dan overblijft voor
sommigen erin binnen te
komen, en wie eerder het
evangelie verkondigd werd
niet binnen gekomen zijn
vanwege weerspannigheid
Hebreeën 4:6
De treurige geschiedenis van
Israël destijds was, dat velen
niet het beloofde land binnen
konden gaan. Eerst kwamen
de verspieders terug; daarop
wilde het volk niet. Dat leverde
38 jaar extra in de wildernis op.
Het goede nieuws was toen,
in de dagen van Mozes, de
belofte van een land vol melk
en honing.
Allerlei mooie vrucht, fruit, en
dergelijke; een geweldig land,
nu nog is het daar aangenaam.
Maar ‘de geweldenaars’ in die
landstreek, zij schrikten het volk
af. Zij keken meer naar wat
groots leek, het vertrouwen op
God slonk. Het ongeloof in het
hart, ofwel niet vertrouwen in de
belofte van God, bleek: het volk
was weerspannig. Behalve
Jozua en Kaleb kwam een hele
generatie om in de wildernis.
En hierin weer: ‘Indien zij
zullen binnenkomen
in Mijn ophouden!’
Hebreeën 4:5
Zoals Elohim stopte, ophield
met het herstelwerk, zo had
Israël het stoppen in kunnen
gaan. Maar velen kwam in de
wildernis om door ongeloof.
Dat wordt zeer dringend in
deze hoofdstukken (3,4) van
deze bijzondere brief gesteld.
Sommige gelovige Israëlieten
raakten in Handelingen van
slag omdat de Messias Jezus
nog niet terugkeerde. Velen
(Handelingen 21:20) waren
ijveraars voor de Thora, en
zij geloofden in Hem, Die nog
relatief kort geleden van hen
naar Zijn Vader was gegaan.
De oproep klinkt: ga in geloof
verder, zo ging een deel van
het volk destijds onder Mozes
ook verder in de woestijn.
Wij ook? Wij wandelen door
geloof, niet door waarneming!
Geen gesneden beeld maken, zo klonk het in de wildernis direct na de uittocht uit
Egypte. God gaf woorden die voor Israël bepalend waren en zijn. Toch kwam de
afgoderij, waar zat die eigenlijk?
Paulus kreeg ook te maken met veel afgoden in zijn dagen. Wat verkondigt hij?
Hans van der Kleij sprak daarover op 21 december 2025
Op verzoek kan de tekst op papier worden toegestuurd.
Mail naar gorterd@protonmail.com
Naluisteren: deel A en deel B
maar, zoals wij getoetst zijn
door God, om het evangelie
toevertrouwd te krijgen, zo
spreken wij, niet om mensen
te behagen maar God, die
onze harten toetst.
1 Thessalonicenzen 2:4
Het motief komt hier duidelijk
naar voren: Paulus en zijn
medewerkers, zij willen alleen
God behagen. Hij gaf opdracht
om Zijn evangelie te spreken.
Hij vertrouwde dat aan Paulus
en zijn medearbeiders toe.
En zij waakten ervoor dat te
verkwanselen. Er waren in die
dagen (en zijn er ook nu!) de
‘bedrieglijke werkers’ ofwel
‘valse apostelen’. God test en
toetst de harten inzake motief.
En , ja zij moesten spreken dat
wat God zegt. En zo gebeurde
dat in Thessaloniki, ook nadat
Paulus weer verder was gegaan
naar andere plaatsen. Zij, die
zijn evangelie gehoord hebben,
zouden ermee doorgaan. Zulke
rijkdom is niet alleen voor jezelf.
Want onze aanspreking is
niet uit dwaling, noch uit
onreinheid, noch in bedrog
1 Thessalonicenzen 2:3
Paulus kadert scherp wat het
evangelie van God is. Ook de
‘aanspreking’ (vertroostend,
vermanend) was zuiver. Om
de inhoud sterker voor het
voetlicht te krijgen is Paulus
door zijn motivering bezig,
de critici het zwijgen op te
leggen. Want er zijn steeds
gelovigen, die de intenties,
de motieven van Paulus ter
discussie stellen.
Het ‘framen’, in een bepaald
kader zetten, is een populaire
methode om de aandacht op
en gesprek over de inhoud af
te leiden. In wezen gaat het
gesprek daarna over bijzaken
en is dus niet opbouwend.
Dat is afleiding, de diabolos
(tegenwerker) gebruikt zulke
gelovigen om vurige pijlen
te schieten op de navolgers
van Paulus.
Copyright © All rights reserved.