Woord vandaag
Dit echter: de karig zaaiende,
karig zal hij ook oogsten, en
de op zegen zaaiende, op
zegen zal hij ook oogsten.
2 Korinthiërs 9:6
Dit beeld, wat de agrariërs
zo goed kennen, is ook in o.a.
Spreuken 11:24,25 te vinden.
Ook in Galaten 6:7-9; uitdelen
zou niet karig, niet weinig zijn.
Wij geven het evangelie gratis
weg; het is genade van God.
Veel uitdelen, niet om ervoor
terug te krijgen, maar toch
zal te Zijner tijd blijken, dat
Vader de oogst gaf.
In de bijzondere gelijkenissen
van Mattheüs 13 vertelt de
Heer Jezus, dat er oogst zal
zijn aan het einde van de eon
deels 30-, 60-, en 100-voud.
Wat wij hebben mogen doen,
de Heer zal op Zijn tijd geven
wat Hij als oogst (zegen) wil
geven. Wij zullen verbaasd
opkijken wat Hij heeft gedaan!
Woord vandaag
Noodzakelijk dan acht ik het
de broeders aan te spreken,
dat zij vooruit gaan naar jullie
en de tevoren beloofde zegen
van jullie tevoren toebereiden,
zodat deze zo gereed is, als
zegen en niet als hebzucht
2 Korinthiërs 9:5
Zeer zorgvuldig is Paulus met
het gereedmaken van het
geschenk dat voor de armen
in Jeruzalem bedoeld is.
Titus ging vooruit naar de
stad Korinthe om dit mee
voor te bereiden.
Dit is te zien in het kader van
de ‘vleselijke goederen’ die
de natiën aan het volk van
God (behoren) te geven.
De wisselwerking beschrijft
Paulus in Romeinen 15:27.
Dat is een afgeleide uit TNCH.
Israël wordt door de profeten
genoemd als het uitgekozen
volk om licht van de natiën te
zijn. Dat zullen zij zeker in het
komende rijk van de Messias
Jezus zijn.
De natiën zullen in de 1000
jaren opgaan naar Jeruzalem
om het loofhuttenfeest te
vieren, Zacharjah 14:16, dan
zullen zij ongetwijfeld veel
geschenken bij zich hebben
om Jahweh van de menigten,
dé Koning Jezus Christus te
eren.
Woord vandaag
of niet al, ingeval
Macedoniërs samen met
mij komen en zij jullie
onvoorbereid vinden, wíj
(zodat wij niet zeggen:
jullie) te schande worden
in deze aanneming van
het roemen.
2 Korinthiërs 9:4
Paulus bereidde zorgvuldig
een en ander voor. Hij zond
drie (of meer?) broeders
vooruit naar Korinthe om
het geschenk aan de arme
heiligen in Jeruzalem in de
goede banen te leiden. En
zou hij met begeleiding uit
Macedonië later in Korinthe
komen, dan kon men zien
wat de Korinthiërs als een
bijdrage zouden geven. De
broeders die vooruit waren
gestuurd, zouden garantie
zijn, dat alles in orde was.
Zo kon het royale gebaar
van de natiën de geestelijke
verbondenheid in de Heer
van allen tot uitdrukking
komen. En de broeders en
zusters in Jeruzalem zouden
erdoor bemoedigd worden.
Woord vandaag
Ik zend echter de broeders,
opdat onze roem over jullie
niet geledigd wordt in dit
geval, opdat jullie voorbereid
zijn zoals ik zei
2 Korinthiërs 9:3
Paulus kon Titus en (mogelijk)
Trofimus en Tychikus sturen;
betrouwbare broeders, die in
de gemeenten goed bekend
stonden. Dit bezoek werd uit-
gebreid aangekondigd in dit
gedeelte van deze brief.
De genade van God maakt rijk;
in Zijn wijsheid worden al de
gelovigen opgevoed.
Ook is bij heel wat gemeente-
leden onderschikking te zien.
Vooral de trouwe gelovigen als
Titus vallen daarin op; die zet
de Heer in om Zijn evangelie
verder uit te dragen. Zij ‘lopen
vooruit’ en zijn al bezig in de
houding die God, de Vader in
allen zal uitwerken.